Boete voor achterhouden wachtwoord door ex-werkneemster

 In Arbeidsrecht

De werkneemster is op 15 oktober 2014 in dienst getreden bij kinderdagverblijf  ’t Zonnehoekje in de functie van clustermanager. De arbeidsovereenkomst is aanvankelijk aangegaan voor de duur van een jaar.

Het kinderdagverblijf en de werkneemster zijn op 14 december 2014 schriftelijk een gewijzigde duur van de arbeidsovereenkomst van zes maanden overeengekomen. De arbeidsovereenkomst is van rechtswege op 15 april 2015 geëindigd. De laatste dag waarop de werkneemster voor ‘t Zonnehoekje heeft gewerkt, was 31 maart 2015.

In het kader van de arbeidsovereenkomst heeft ‘t Zonnehoekje aan de werkneemster een laptop ter beschikking gesteld. Deze laptop is door de werkneemster bij het einde van de arbeidsovereenkomst ingeleverd. Zij had de laptop met een wachtwoord beveiligd.

In een e-mail van 6 april 2015 heeft de directeur van ’t Zonnehoekje de werkneemster gevraagd om met spoed het wachtwoord van de laptop door te geven zodat de opvolgende gebruikster van de laptop daarvan gebruik zou kunnen maken.

Bij e-mail van 7 april 2015 heeft de werkneemster (voor zover van belang) als volgt op dit verzoek gereageerd:

“De administrator kan simpelweg een nieuwe account voor (…) aanmaken. Het afgeven van het wachtwoord zou betekenen dat anderen kunnen werken op mijn account. Dit zou betekenen dat men allerlei (ongewenste) activiteiten zou kunnen uitvoeren op mijn account zonder mijn in- en toestemming. (…)”.

Per e-mail van diezelfde datum heeft de directeur onder meer te kennen gegeven dat ’t Zonnehoekje een nieuwe laptop zal aanschaffen en de kosten ervan zal inhouden op het loon van de werkneemster. Daarop heeft de werkneemster bij e-mail van diezelfde datum onder meer geprotesteerd tegen de voorgenomen inhouding op haar loon.

De werkneemster heeft het wachtwoord uiteindelijk niet bekendgemaakt.

Bij de eindafrekening (loonstrook april 2015) heeft ’t Zonnehoekje een bedrag van € 1.386,20 netto ingehouden onder het kopje “factuur kosten voor laptop”.

De werkneemster is het met deze inhouding niet eens en de kwestie komt uiteindelijk in hoger beroep op 23 januari 2018 bij het Gerechtshof Amsterdam terecht (ECLI:NL:GHAMS:2018:248).

De werkneemster (in de processtukken appellante genoemd) stelde onder meer dat het kinderdagverblijf geen schade had geleden en op de laptop redelijk eenvoudig een nieuw account aangemaakt had kunnen worden.

Het hof overweegt:

“Allereerst stelt het hof vast dat [appellante] geen grief heeft gericht tegen het oordeel van de kantonrechter dat zij als vertrekkende werknemer gehouden was om desgevraagd het wachtwoord van de laptop aan [directeur] te verstrekken. Dit oordeel strekt bij de beoordeling dan ook tot uitgangspunt. Nu vast staat dat [appellante] geweigerd heeft het wachtwoord aan [directeur] te verstrekken, dient te worden beoordeeld of ’t Zonnehoekje hierdoor schade heeft geleden. [appellante] heeft hoofdzakelijk gesteld dat dat niet het geval is omdat de systeembeheerder gewoon had kunnen inloggen op de laptop of een nieuw account had kunnen aanmaken. ’t Zonnehoekje heeft dit betwist en aangevoerd dat [directeur] en haar medewerkers [X] en [Y] veel tijd hebben moeten besteden aan het trachten oplossen van het probleem met de laptop. Tevergeefs is geprobeerd om de laptop te ontgrendelen. Het opnieuw verzamelen van belangrijke gegevens die op de laptop waren opgeslagen, heeft ook lang geduurd. Uiteindelijk heeft ’t Zonnehoekje een nieuwe laptop aangeschaft.”

Het kinderdagverblijf heeft in de procedure opgegeven wat de directeur en haar medewerkers in het opgegeven aantal uren concreet hebben gedaan om de laptop en de gegevens die erop stonden weer in gebruik te kunnen nemen.

Het hof is echter, net als de kantonrechter daarvoor overigens, van oordeel dat eigenlijk een deskundige benoemd zou moeten worden om vast te stellen wat de hoogte is van de kosten die redelijkerwijs gemaakt hadden moeten worden om de laptop en de gegevens die erop stonden weer te kunnen gebruiken. Aangezien evenwel de kosten van een deskundige naar verwachting niet in redelijke verhouding zullen zijn tot het financieel belang van deze kwestie, is het hof (evenals de kantonrechter) van oordeel dat benoeming van een deskundige niet verantwoord is.

Omdat aldus de situatie bestaat dat de omvang van de schade van ’t Zonnehoekje niet nauwkeurig kan worden vastgesteld, heeft de kantonrechter terecht het bedrag van de schade op de voet van artikel 6:97 Burgerlijk Wetboek geschat. En wel naar billijkheid op € 500,=. Deze schatting heeft de kantonrechter gebaseerd op de in de procedure door partijen over en weer aangevoerde stellingen over deze kwestie. De kantonrechter heeft de wijze waarop dit bedrag is vastgesteld voldoende gemotiveerd.

Het hof verenigt zich dan ook met de schatting van de kantonrechter.

Meer weten? Neem contact op met onze arbeidsrechtspecialisten:

Recent Posts

Leave a Comment

Contact

Heb je een vraag of wil je meer info? Vul hieronder je emailadres in en we nemen zo snel mogelijk contact met je op.

Not readable? Change text. captcha txt
Ontslag verwijtbaar handelen | FSV Accountants + Adviseurshoren zien en zwijgen | FSV Accountants + Adviseurs