FSV Nieuwsbrief December 2021

FSV Nieuwsbrief December 2021

Let op!
Wij willen voldoen aan de wens om actueel te zijn. Het overzicht in deze  nieuwsbrief is geschreven met de kennis tot en met dinsdag 14 december, 20:00 uur.

1. Extra steun bedrijven verlengd naar Q1 2022

Het kabinet heeft dinsdag 14 december de beperkende coronamaatregelen weer verder verlengd. Dat heeft gevolgen voor ondernemers. Daarom is besloten ondernemers die hiervan de dupe worden opnieuw financieel te compenseren. Zo kunnen ondernemers onder meer NOW en TVL aanvragen in het eerste kwartaal van 2022.

NOW 5
Voor de maanden november en december is er loonsteun voor bedrijven met een omzetverlies van minstens 20% ten opzichte van 2019 via de NOW-regeling (NOW 5). De grens voor het maximaal te vergoeden omzetverlies is 80%. De tegemoetkoming bedraagt 85% met een opslag van 40% voor bijkomende loonkosten. De tegemoetkoming is gebaseerd op de loonsom in september 2021.

Wijzigingen
Ten opzichte van de eerdere NOW-regelingen zijn er enkele wijzigingen. Zo mag de loonsom met maximaal 15% dalen, zonder dat dit effect heeft op de uiteindelijke subsidie. Dit was 10%. Verder wordt het voorschot na de aanvraag in één keer uitbetaald. De ondernemer kan daarnaast niet kiezen over welke maanden hij het omzetverlies wil berekenen; dit zijn altijd de maanden november en december. Tot slot kunnen ondernemers die tussen 1 februari 2020 en 30 september 2021 zijn gestart deze keer ook een aanvraag indienen.

De zevende aanvraagperiode van de NOW (aanvraag van NOW 5) start op 13 december 2021 en sluit op 31 januari 2022.

Let op! Vroeg u eerder al NOW aan over de zesde aanvraagperiode? Dan hoeft uw omzetverliesperiode niet aan te sluiten op de zevende aanvraagperiode. Het is zelfs mogelijk dat deze periodes een overlap vertonen.

NOW 6
Ook voor de maanden januari, februari en maart 2022 kan NOW aangevraagd worden via de NOW 6 (achtste aanvraagperiode). NOW 6 zal vergelijkbaar zijn met NOW 5. Zo zal het benodigde omzetverlies minimaal 20% moeten bedragen en bedraagt het vergoedingspercentage 85%. Het te vergoeden dagloon is ook in NOW 6 gemaximeerd op twee keer het maximale dagloon en de grens voor het maximaal te vergoeden omzetverlies is 80%. Er spelen nog enkele zaken die mogelijk aanleiding zijn voor het aanpassen van de voorwaarden. Zo wordt mogelijk het percentage waarmee de loonsom mag dalen weer vastgesteld op 10% (in plaats van de 15% die geldt voor de maanden november en december 2021). De exacte voorwaarden worden door het kabinet in januari 2022 bekendgemaakt.

Het streven is om de achtste aanvraagperiode van de NOW (aanvraag van NOW 6) in de tweede helft van februari 2022 te starten.

TVL Q4 2021
Ondernemers met minstens 30% omzetverlies ten opzichte van het vierde kwartaal van 2019 of het eerste kwartaal van 2020 kunnen een beroep doen op de TVL voor het vierde kwartaal 2021. Ook voor het eerste kwartaal 2022 kan straks weer een beroep gedaan worden op de TVL. Voor het vierde kwartaal 2021 wordt het subsidiepercentage verder verhoogd van 85 naar 100%. De TVL is afhankelijk van het omzetverlies en het percentage aan vaste lasten van uw sector. Verder heeft het kabinet de maximaal te verkrijgen subsidies in het kader van de TVL verhoogd naar € 550.000 voor mkb-ondernemingen en € 600.000 voor niet-mkb-ondernemingen.

Let op! De exacte openingsdatum van de TVL Q4 2021 is op dit moment nog niet bekend, maar dit zal in ieder geval voor de kerstdagen zijn.

TVL Q1 2022
Ook voor het eerste kwartaal 2022 kan straks weer TVL aangevraagd worden. De voorwaarden voor TVL Q1 2022 zijn gelijk aan die voor TVL Q4 2021. Dat betekent dus een omzetverlies van minimaal 30%, een subsidiepercentage van 100% en een maximale subsidie van € 550.000 voor mkb-ondernemingen en € 600.000 voor niet-mkb-ondernemingen.

Uitstel van betaling belastingschulden
Het belastinguitstel voor ondernemers is op 1 oktober jl. beëindigd, maar wordt verlengd tot 1 februari 2022. Alle belastingen met een uiterste betaaldatum vóór 1 februari 2022 hoeven dus nog niet betaald te worden. Dit zijn dus onder meer ook de omzetbelasting en loonheffing vierde kwartaal 2021. Ook ondernemers die nooit eerder om uitstel hebben gevraagd of alle schulden al hebben afgelost, kunnen dit alsnog aanvragen. Daarnaast wordt het lage percentage invorderingsrente van 0,01% gehandhaafd tot 1 juli 2022. Vanaf 1 juli 2022 gaat het naar 1%, waarna het percentage in etappes wordt verhoogd naar 4% vanaf 1 januari 2024.

Let op! Mogelijk wordt het belastinguitstel nog verder verlengd na 1 februari 2022. Het kabinet beslist in januari 2022 of dit dan nog nodig is.

Extra geld voor sport en cultuur
Ook de sport- en cultuursector krijgt extra financiële steun. Deze steun komt boven op de al aangekondigde subsidies.

Het kabinet maakt extra geld vrij voor een specifiek steunpakket om de culturele sector in ieder geval tot en met januari 2022 te ondersteunen. Verder wordt de leencapaciteit bij Cultuur+Ondernemen tot en met het tweede kwartaal 2022 verlengd.

De amateursport kan via de eerdere compensatieregelingen (TASO en TVS) een compensatie krijgen voor de vaste lasten en huurkosten tot en met januari 2022.

De garantieregeling evenementen (TRSEC) en de Aanvullende Tegemoetkoming Evenementen (ATE) wordt verlengd tot en met het derde kwartaal 2022. Deze regelingen gelden op het moment dat een evenement door de Rijksoverheid wordt verboden.

2. Pas uw beloning voor thuiswerkers aan

Vanwege corona wordt er veel thuis gewerkt. Vanaf 2022 mag u uw werknemers hiervoor een nieuwe, onbelaste vergoeding geven. Daar staat tegenover dat de bestaande ruime vergoeding voor kosten van het woon-werkverkeer beperkt wordt.

Thuiswerkvergoeding € 2 per dag
Het bedrag dat u vanaf 2022 aan thuiswerkers belastingvrij mag verstrekken, is € 2 per dag. Het bedrag is vrijgesteld en komt ook niet ten laste van de vrije ruimte van de werkkostenregeling.

Let op! De vrijgestelde vergoeding van € 2 per dag is voor € 0,95 slechts beperkt aftrekbaar. Dit deel van de vergoeding wordt namelijk aangemerkt als een vergoeding voor gemengde kosten, zoals koffie. Voor ondernemers in de inkomstenbelasting is dit deel van de vergoeding in beginsel voor 80% aftrekbaar, voor ondernemers in de vennootschapsbelasting in beginsel voor 73,5%.

Arbovrijstelling
Een bureau, een bureaustoel en bijvoorbeeld verlichting voor een werkkamer thuis mag u op grond van de arbovrijstelling nu al onbelast vergoeden of verstrekken. Dit blijft ook in 2022 zo.

Reiskostenvergoeding beperkt
U kunt uw werknemers die thuis werken onder voorwaarden nu nog een belastingvrije vergoeding geven voor het woon-werkverkeer, als uw werknemers tenminste niet over een auto van de zaak beschikken. Deze regeling wordt per 31 december 2021 beëindigd. Daarnaast wordt de zogenaamde 128-dagenregeling in 2022 versoberd. Als een werknemer nu ten minste 128 dagen per jaar naar het werk reist, mag u de vergoeding baseren op 214 reisdagen. Vanaf 2022 moet u deze vergoeding naar rato verminderen als deels structureel wordt thuisgewerkt.

Pas vergoedingen aan
Het is raadzaam met uw personeel of ondernemingsraad rond de tafel te gaan zitten om te kijken hoe beide regelingen naar tevredenheid van alle partijen kunnen worden aangepast. Het voortzetten van de regeling voor vergoeding van reiskosten vanwege het woon-werkverkeer terwijl thuis wordt gewerkt, betekent namelijk dat deze kosten vanaf volgend jaar belast zijn.
Heeft u vragen over de nieuwe vergoeding voor thuiswerken, neem dan contact met ons op.

3. Uw hypotheek onderbrengen in box 3?

Uw eigen woning is belast in box 1. Daardoor is de hypotheekrente ook aftrekbaar. Soms kunt u uw hypotheek echter beter onderbrengen in box 3. Hoezo eigenlijk?

Woning en hypotheek in box 1
Dat uw woning in box 1 zit, betekent onder meer dat u hierover jaarlijks belasting betaalt via het eigenwoningforfait. Een deel van de WOZ-waarde, in 2022 in de meeste gevallen 0,45%, moet u daardoor bij uw inkomen tellen. Daar mag u de betaalde hypotheekrente echter weer van aftrekken.

Hypotheekrente laag
De hypotheekrente staat al jaren op een historisch laag peil. De aftrek zet voor veel bezitters van een eigen woning dan ook nauwelijks meer zoden aan de dijk. Bovendien is de hypotheekrente volgend jaar nog maar aftrekbaar tegen maximaal 40% en vanaf 2023 tegen maximaal 37,05%. Ook hierdoor is het voordeel van de aftrek nog maar beperkt.

Overbrengen naar box 3?
Als u de hypotheekschuld overbrengt naar box 3, is de hypotheekrente niet meer aftrekbaar in box 1. Daar staat tegenover dat de hypothecaire schuld uw vermogen in box 3 vermindert. Met name als u veel vermogen bezit, bespaart u hierdoor aanzienlijk aan te betalen belasting in box 3. In 2022 tot maximaal 1,71% van uw hypothecaire schuld. Dat is vaak meer dan u extra betaalt in box 1 vanwege het verlies van de aftrek van de hypotheekrente.

Overbrengen kan niet zomaar
Het overbrengen van uw hypothecaire schuld kan echter niet zomaar. Deze schuld moet namelijk verplicht in box 1 worden ondergebracht, tenzij u niet meer aan de fiscale voorwaarden voldoet. Als u uw hypothecaire lening aflost en pas minstens twee jaar later weer opneemt, voldoet u niet meer aan de fiscale voorwaarden voor aftrek van de hypotheekrente. De lening is dan namelijk niet meer bedoeld voor de aankoop of verbouwing van een woning en verhuist dan automatisch naar box 3.

Hypotheek vanaf 2013 eenvoudiger naar box 3
Dateert uw hypotheek echter van ná 2012, dan is het eenvoudiger uw schuld naar box 3 te transporteren. Bijvoorbeeld door met uw bank af te spreken dat u uw hypothecaire lening niet in 30 jaar aflost, maar in 31 jaar. Ook dan voldoet u namelijk niet meer aan de fiscale voorwaarden.

Laat u adviseren
Zoals blijkt, is het niet eenvoudig uw hypothecaire schuld naar box 3 te verplaatsen en is de medewerking van uw geldschieter vereist. Laat u daarom vooraf goed adviseren door een van onze adviseurs.

4. Lager gebruikelijk loon dga moet aantoonbaar zijn

Als dga bent u verplicht jaarlijks salaris aan uw bv te onttrekken, het zogeheten gebruikelijk loon. Hoe hoog dit salaris is, hangt onder meer af van wat uw medewerkers verdienen. Is dit bij een van hen meer dan € 47.000, dan mag u uzelf in principe niet minder uitkeren.

Gebruikelijk loon
Het gebruikelijk loon dient volgens de wet te worden vastgesteld op 75% van het loon uit de vergelijkbaarste dienstbetrekking of op het hoogste loon van de werknemers die in dienst zijn bij uw bv indien een van deze bedragen hoger is dan € 47.000. Is het loon uit de vergelijkbaarste dienstbetrekking lager dan € 47.000, dan wordt het gebruikelijk loon vastgesteld op dit bedrag.

Wie eist, bewijst
In een rechtszaak (rechtbank Noord-Holland) was een dga van mening dat hij zichzelf een lager gebruikelijk loon kon uitkeren dan dat van de meest verdienende werknemer. Hij stelde dat dit meer was dan 75% van het loon van de voor hem vergelijkbaarste dienstbetrekking. Hij diende dit aannemelijk te maken, maar slaagde hier niet in. Zo bleef tijdens de zitting onduidelijk wat nu de verantwoordelijkheden waren van de directeuren van andere bedrijven waarmee de directeur van de bv zich vergeleek.

Rekening-courant
Bovendien wees ook de oplopende rekening-courantschuld van de dga erop dat er te weinig salaris was betaald. Het verweer van de dga dat uitbetaling van een hoger gebruikelijk loon de bv in financiële moeilijkheden zou brengen, sneed ook geen hout. De reserves van de bv waren hiervoor namelijk ruim voldoende, aldus de rechtbank. De naheffing loonheffingen van ruim een ton bleef dan ook in stand.

Coronacrisis
In 2021 is een lager gebruikelijk loon mogelijk voor dga’s die te maken hebben met een omzetdaling van minimaal 30%. Het gebruikelijk loon kan dan evenredig met de omzetdaling worden verlaagd. Voor de omzetdaling wordt de omzet van heel 2021 vergeleken met de omzet van heel 2019.

Heeft u vragen over de hoogte van het gebruikelijk loon, neem dan contact met ons op.

5. Nog geen wijziging belastingheffing aandelenopties

Het voorstel om de belastingheffing over aandelenopties te wijzigen, gaat voorlopig in de ijskast. Het kabinet wil namelijk eerst onderzoeken of het mogelijk is de regeling alleen voor kleinere bedrijven te wijzigen. Voorlopig blijven aandelenopties daarom belast op het moment dat de opties worden omgezet in aandelen. Het is nog niet bekend wanneer het plan om werknemers ook de keuze te bieden belasting te betalen op het moment waarop de bij uitoefening van de optie verkregen aandelen verhandelbaar zijn dan wel kan ingaan.

6. Speciale computerbril belastingvrij?

Een computerbril is een bril die speciaal is afgestemd op werken met de computer. U mag een dergelijke bril belastingvrij aan uw werknemer verstrekken als dit verstrekken rechtstreeks voortvloeit uit het arbobeleid dat u voert op grond van de Arbowet. Verder moet de werknemer de bril gebruiken op de werkplek. Dit mag ook de werkplek thuis zijn. U mag de werknemer geen eigen bijdrage vragen, tenzij hij een duurdere bril dan standaard wil hebben. Dan is toegestaan dat u hem de meerkosten zelf laat betalen. Voldoet de computerbril aan deze voorwaarden, dan kunt u deze belastingvrij verstrekken. U hoeft hiervoor dan niet uw vrije ruimte te gebruiken.

7. Bijtelling elektrische auto uit 2017 flink hoger

De bijtelling voor een elektrische auto die in 2017 voor het eerst op kenteken is gezet, gaat volgend jaar flink omhoog. De bijtelling voor een auto staat namelijk vast voor de eerste 60 maanden nadat deze voor het eerst op kenteken is gezet. Voor een auto uit 2017 betekent dit dat de lage bijtelling van 4% uit 2017 volgend jaar afloopt. Vanaf de eerste dag van de maand na deze 60 maanden geldt de bijtelling van dat jaar. Dit betekent in 2022 een bijtelling van 16% over de eerste € 35.000 van de cataloguswaarde en 22% over het meerdere. Voor een auto met een cataloguswaarde van € 50.000 betekent dit dat de jaarlijkse bijtelling verhoogd wordt van € 2.000 naar € 8.900! Wordt de bijtelling u te hoog, dan kunt u als dga overwegen de auto naar privé te halen. Voor ondernemers in de inkomstenbelasting zal dit lastiger zijn.

8. Pas op voor bestuurdersaansprakelijkheid

Wettelijk is geregeld dat bestuurders van een bv, onder wie meestal de dga, in beginsel hoofdelijk aansprakelijk zijn voor een aantal belastingschulden. Dit betreft onder meer de loonheffing en omzetbelasting. De Belastingdienst kan u als bestuurder moeilijker aansprakelijk stellen als u betalingsmoeilijkheden van uw bv tijdig aan de Belastingdienst meldt. Dit betekent binnen twee weken nadat betaald had moeten worden. Ondanks deze tijdige melding kan de Belastingdienst u alsnog aansprakelijk stellen als sprake is van onbehoorlijk bestuur. De Belastingdienst moet dit dan bewijzen. In een casus die voorlag bij een rechter, slaagde de Belastingdienst in dit bewijs, omdat de rechter oordeelde dat een redelijk denkend bestuurder niet voor de financieringsstructuur van de bv en de daarmee gepaard gaande risico’s zou hebben gekozen. Er was volgens de rechtbank dan ook sprake van onbehoorlijk bestuur en de Belastingdienst had de bestuurder terecht aansprakelijk gesteld voor de belastingschulden.

9. Wat als een werknemer een passende functie weigert?

Als een werknemer van wie de functie is komen te vervallen, niet reageert op een aangeboden, passende functie kan dit tot gevolg hebben dat hij geen recht heeft op een transitievergoeding wegens ernstig verwijtbaar handelen. Zo oordeelde een rechter in een casus waarin aan een werkneemster drie keer een aanbod was gedaan voor een nieuwe, passende functie nadat haar oude functie vervallen was. De werkneemster weigerde alle aangeboden functies. Ook de laatst aangeboden functie, waarbij de werkgever tegemoet was gekomen aan de op eerder aangeboden functies door werkneemster aangegeven bezwaren, weigerde de werkneemster te aanvaarden. De rechter oordeelde dat de werkneemster niet kon worden herplaatst, vanwege haar eigen weigerachtige houding. De rechter vond daarmee het handelen en nalaten van de werkneemster dermate verwijtbaar dat ze geen recht had op een transitievergoeding.

10. Verklaring geen privégebruik auto te laat, wat nu?

Voor een werknemer die een ‘Verklaring geen privégebruik auto’ bij de werkgever inlevert, mag de werkgever de bijtelling voor de auto van de zaak achterwege laten met ingang van het eerste loontijdvak waarover de werkgever het loon nog moet berekenen. Stelt een werkgever bijvoorbeeld op 1 januari een auto ter beschikking en levert de werknemer pas in mei een ‘Verklaring geen privégebruik auto’ in, dan moet de werkgever over januari tot en met april een bijtelling toepassen. Dit is alleen anders als uit de kilometeradministratie blijkt dat de in die maanden gereden privékilometers op jaarbasis niet meer dan 500 kilometer bedragen. Aan het einde van het jaar kan de werkgever dezelfde controle nogmaals doen en eventueel naar aanleiding daarvan de bijtelling corrigeren. Doet de werkgever dat niet, dan kan de werknemer zelf bezwaar maken tegen de loonheffing of de bijtelling in de aangifte inkomstenbelasting achterwege laten.

Share on whatsapp
Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin
Share on email
Share on print
Scroll naar top