Ontslag op staande voet

Diefstal op de werkvloer met gratis drank?

Diefstal door een werknemer op de werkvloer kan leiden tot een ontslag op staande voet (juridisch: ontslag wegens een dringende reden ex art. 7:677 e.v. Burgerlijk Wetboek). Kán leiden, want elke situatie is anders. Komt een dergelijk ontslag bij de rechter dan zal deze de belangen van de werkgever en van de werknemer tegen elkaar afwegen.

Daarbij weegt de rechter ook mee dat een ontslag op staande voet grote juridische en financiële gevolgen voor de werknemer heeft. De arbeidsovereenkomst eindigt direct, waardoor de werknemer zijn recht op werk en loon verliest. Ook komt deze werknemer niet in aanmerking voor een WW-uitkering omdat hem een verwijt gemaakt kan worden. Hij heeft de beëindiging van de arbeidsovereenkomst immers door zijn eigen gedrag veroorzaakt en daardoor dus verwijtbaar werkloos.

Voor werkgevers is het dan ook een teleurstelling dat ze niet direct van een stelende werknemer “af kunnen komen.” Het geven van een ontslag op staande voet blijft daardoor altijd een risico.

Wil de ontslagen werknemer het ontslag op staande voet vernietigen, dan moet hij binnen twee maanden een verzoekschrift indienen bij de kantonrechter. Als dan de kantonrechter het ontslag vernietigt, bijvoorbeeld vanwege die belangenafweging, dan heeft er juridisch geen rechtsgeldig ontslag plaatsgevonden. Met als gevolg dat de werknemer weer tot het werk moet worden toegelaten en recht heeft (gehad) op loon. Ook zal de werkgever in de kosten van de procedure moeten betalen.

In de praktijk wordt daarom veelal voor andere manieren gekozen om de arbeidsovereenkomst te beëindigen.

Diefstal op de werkvloer stond ook centraal in de procedure op 8 mei 2018 voor de Rechtbank Noord-Holland (ECLI:NL:RBNHO:2018:3884).

Waar ging het daar over?

De werknemer is op 1 september 2017 in dienst getreden bij Van der Valk in de functie van medewerker bediening. De arbeidsovereenkomst is aangegaan voor bepaalde tijd en eindigt van rechtswege op 30 april 2018.

Bij indiensttreding heeft de werknemer het ‘Huishoudelijk reglement 2017’ van Van der Valk ontvangen. In dat reglement staat onder de kop ‘Contact met gasten’ onder meer:

“Representatie: Het is niet toegestaan om gratis consumpties weg te geven of korting te geven op de rekening aan gasten zonder toestemming van de direct leidinggevende. Overtreding van deze regel leidt tot het treffen van arbeidsrechtelijke maatregelen, waaronder de mogelijkheid van een ontslag op staande voet.”

Verder staat onder hoofdstuk 3 van het Huishoudelijk reglement 2017 onder andere:

“Diefstal en fraude: Het is niet toegestaan goederen van welke aard dan ook mee te nemen uit het hotel. Let op: ook overgebleven drank of eten valt onder deze regel. Het zonder toestemming meenemen van goederen uit het hotel geldt voor ons als diefstal. Bij diefstal en/of fraude doen wij altijd aangifte bij de politie. Diefstal en/of fraude is bovendien reden voor ontslag op staande voet. Bij vermoeden van diefstal/ fraude hebben wij het recht (verborgen) camera’s en/of andere opsporingsmiddelen in te zetten. Wij verhalen de schade die door de diefstal of fraude is ontstaan, op de betrokken perso(o)n(en).”.

Op 6 januari 2018 heeft bij Van der Valk op de eerste verdieping van het Van der Valk-hotel in Hoorn, op de zogenoemde ‘Banqueting afdeling’, een besloten feest plaatsgevonden van een collega van de werknemer. Dit feest had een zogenaamde “open bar”, wat inhoudt dat voor een vast bedrag per gast dranken worden geschonken. De werknemer heeft op diezelfde dag en ook tijdens genoemd feest op de tweede verdieping van het hotel in de ‘Campagnie bar’ gewerkt. Op deze tweede verdieping bevindt zich ook een rokersruimte, waarvan gasten van het besloten feest op de eerste verdieping gebruik maakten.

Twee gasten van het besloten feest, waaronder een collega van de werknemer, hebben aan hem gevraagd of hij een buitenlands gedestilleerde drank voor hen wilde schenken. Aanvankelijk weigerde de werknemer dit, maar na aandringen heeft hij toch voldaan aan het verzoek.

Op 8 januari 2018 is de werknemer aan het begin van zijn dienst bij de directie van Van der Valk geroepen. Aan hem werd meegedeeld dat op videobeelden was te zien dat hij op 6 januari 2018 aan gasten van eerdergenoemd besloten feest drank had geschonken, te weten buitenlands gedestilleerde drank, waarvoor niet is betaald. De werknemer heeft aan Van der Valk laten weten dat hij in de veronderstelling was dat ook buitenlands gedestilleerde drank onder het arrangement van het besloten feest viel. Van der Valk heeft vervolgens aan hem meegedeeld dat zij het voorval intern zou bespreken.

De werknemer is aan het eind van zijn dienst op 8 januari 2018 door Van der Valk op staande voet ontslagen. In een brief van 23 januari 2018 heeft Van der Valk aan de gemachtigde van de werknemer bevestigd dat het gratis weggeven van buitenlands gedestilleerde drank gelijk staat aan diefstal en dat de werknemer zich daaraan schuldig heeft gemaakt.

De werknemer is niet eens met dit ontslag en vraagt de kantonrechter het ontslag op staande voet te vernietigen, Van der Valk te veroordelen hem toe te laten tot de werkvloer en Van der Valk te veroordelen tot doorbetaling van loon.

Bij de rechter stelt de werknemer dat hij voorafgaand aan het feest niet op de hoogte is gebracht van het feit dat hij bepaalde dranken niet aan de gasten mocht schenken. Daarnaast heeft hij niet met opzet gratis drankjes weggegeven aan gasten en had hij zeker niet de opzet had om van Van der Valk te stelen. Ontslag op staande voet is volgens hem dan ook een te verstrekkende maatregel.

De rechter deelt het standpunt van de werknemer.

De kantonrechter overweegt daarbij dat een ontslag op staande voet is een ingrijpende maatregel met vergaande gevolgen is. Deze mag slechts dan worden genomen wanneer de voortzetting van de arbeidsovereenkomst niet meer kan worden verlangd van de werkgever. Daarvan is hier geen sprake. De rechter:

“De kantonrechter is van oordeel dat de door Van der Valk gestelde feiten en omstandigheden onvoldoende zijn om de gedraging van [verzoeker] als een dringende reden voor ontslag op staande voet aan te merken. De gedraging die [verzoeker] wordt verweten is dat hij twee buitenlands gedestilleerde drankjes heeft weggegeven. Voor zover zou komen vast te staan dat [verzoeker] wist of had behoren te weten dat het weggeven van twee buitenlands gedestilleerde drankjes niet was toegestaan, omdat het enerzijds niet onder het arrangement van het betreffende feest viel en anderzijds het arrangement alleen gold voor de bar op de eerste verdieping, is [verzoeker] daarmee naar het oordeel van de kantonrechter niet zover over de schreef gegaan dat dit een dringende reden oplevert.”

De kantonrechter is dus van mening dat het weggeven van twee  buitenlands gedestilleerde drankjes geen ontslag op staande voet rechtvaardigt, zelfs wanneer de werknemer had geweten dat deze drankjes niet onder het arrangement van de open bar viel.

Ook volgens het Huishoudelijk reglement 2017 van Van der Valk is het niet vol te houden dat werknemer diefstal heeft gepleegd, hij heeft immers geen goederen van Van der Valk meegenomen, heeft zich geen goederen van Van der Valk toegeëigend en heeft zichzelf niet op enigerlei wijze willen bevoordelen.

Onder deze omstandigheden had Van der Valk een minder ingrijpende maatregel moeten treffen. Opnieuw de rechter:

“Volgens het Huishoudelijk reglement 2017 kan het gratis weggeven van consumpties ook aanleiding zijn voor een ontslag op staande voet, maar de aard en de ernst van de verweten gedraging is daarvoor in dit geval onvoldoende, zoals hiervoor is overwogen. Van der Valk had in de gegeven omstandigheden kunnen en moeten volstaan met een minder ingrijpende maatregel, zoals een officiële waarschuwing, een boete en/of een inhouding op het salaris van [verzoeker].”

Het ontslag op staande voet wordt door de rechter daarom dan ook vernietigd. Daardoor zou de werknemer in beginsel recht hebben op loon vanaf 8 januari 2018 tot het einde van de arbeidsovereenkomst. Aangezien de werknemer inmiddels ander werk heeft gevonden, matigt de kantonrechter de loonvordering vervolgens tot drie maanden loon. De wettelijke verhoging wegens te late betaling wordt beperkt tot twintig procent.

Een ontslag op staande voet blijft dus een risico. Vaak zijn er de nodige emoties, zoals boosheid en frustratie, in het spel waardoor een heldere analyse wordt vertroebeld. Daarom is het altijd wenselijk om enige afstand te nemen en juridische hulp in te roepen alvorens een evenwichtige, verdedigbare beslissing te nemen.

Wilt u meer info neem dan contact op met onze specialisten:

Jeltje van Wijngaarden LLB Juridisch Adviseur

j.v.wijngaarden@fsv.nl

mr. Kees de Kramer Juridisch Adviseur

k.d.kramer@fsv.nl

Share on whatsapp
Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin
Share on email
Share on print