Wat is een relatie in een relatiebeding

Wat is een relatie in een relatiebeding?

Wat is een relatiebeding?

In een arbeidsovereenkomst kan een relatiebeding worden overeengekomen. Een relatiebeding is een bijzondere vorm van het concurrentiebeding.

Het relatiebeding is een bepaling waarin is opgenomen dat het een werknemer, nadat hij bij de werkgever vertrokken is, verboden wordt om zaken te doen, en zelfs soms om contact te hebben, met de zakelijke relaties van de werkgever.

Het relatiebeding heeft als doel om de werkgever te beschermen. Een werknemer moet de relaties van zijn ex-werkgever met rust laten als hij elders gaat werken. En deze dus niet proberen te bewerken om met hem mee te gaan naar de nieuwe (veelal concurrerende) werkgever. Als stok achter de deur wordt daarbij dan tevens een boetebeding opgenomen mocht de werknemer toch het relatiebeding overtreden.

Een relatiebeding mag alleen schriftelijk worden overeengekomen met werknemers die 18 jaar of ouder zijn in een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd (vast contract).

NB: op grond van de wet geldt voor zowel het relatie- als ook een concurrentiebeding deze alleen in een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd (tijdelijk contract) mogen worden opgenomen als de werkgever een zwaarwegende bedrijfs- of dienstbelang heeft voor deze werknemer. Dit moet schriftelijk en heel concreet gemotiveerd worden in de arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd. De vereisten daarvoor zijn strikt en de rechters streng. Zonder deze strenge motivering geldt dat zowel het relatiebeding als het concurrentiebeding nietig is.

Wat is een relatie?

In het relatiebeding draait het dus om de relaties van de werkgever. Maar wie zijn deze relaties dan? En wie vallen daar wel of niet onder? Daarover ging de uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 8 juni 2021 (ECLI:NL:GHARL:2021:5677).

Waar ging het in deze procedure over?

De werknemer is op basis van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd werkzaam geweest bij VMB, de werkgever.

Partijen zijn op 12 februari 2014 schriftelijk een relatiebeding overeengekomen. In dit relatiebeding is onder meer het navolgende opgenomen:

“I. Het is de werknemer verboden om gedurende een periode van 24 maanden na afloop van de arbeidsovereenkomst op enigerlei wijze zakelijke contacten aan te gaan of te onderhouden met relaties van de werkgever.

II. Relaties van de werkgever zijn alle natuurlijke en rechtspersonen waarmee de werkgever gedurende een periode van 24 maanden voorafgaande aan de beëindiging van de arbeidsovereenkomst zakelijke contacten heeft onderhouden, daaronder begrepen (rechts)personen waarmee de werkgever in onderhandeling is (geweest) om diensten en/of producten aan te leveren.

III. In geval de werknemer in strijd handelt met het onder 1. genoemde verbod, verbeurt de werknemer ten behoeve van de werkgever een direct – zonder verdere sommatie of ingebrekestelling – opeisbare boete van 25.000 euro per overtreding alsmede 1.000 euro per dag dat hij in overtreding is, onverminderd het recht van de werkgever om volledige schadevergoeding van de werknemer te vorderen.”

De werknemer is tot en met 14 oktober 2018 werkzaam geweest voor VMB en hij is sinds 22 oktober 2018 in dienst van Achterbosch. Bij Achterbosch heeft de werknemer via onderaanneming voor Engberink werkzaamheden verricht bij ETC.

Dan ontstaan de problemen omdat volgens VMB ETC een zakelijk relatie van haar is. VMB heeft in het verleden namelijk werkzaamheden verricht bij ETC in opdracht van BAM.

VMB stapt daarop naar de rechter. VMB heeft daar gevorderd dat de werknemer wordt veroordeeld om aan haar een bedrag van € 25.000,= te betalen, met veroordeling van de werknemer in de kosten van de procedure. VMB heeft haar vordering gebaseerd op de stelling dat de werknemer het relatiebeding heeft overtreden omdat hij zakelijke contacten heeft onderhouden met ETC, een relatie van VMB.

Uitspraak van de kantonrechter

De kantonrechter verwerpt de vordering van VMB en heeft bij vonnis van 30 juli 2019 aan VMB bewijs opgedragen van haar stelling dat ETC een relatie van haar is, althans een relatie was 24 maanden voorafgaand aan het eindigen van het dienstverband van de werknemer bij VMB.

Bij eindvonnis van 1 oktober 2019 heeft de kantonrechter VMB niet in deze bewijsopdracht geslaagd geoordeeld en de vordering van VMB afgewezen met een veroordeling van haar in de proceskosten.

VMB gaat daarna in hoger beroep bij het gerechtshof.

Uitspraak van het gerechtshof

Volgens het hof moet gekeken worden naar de uitleg van het begrip ‘relatie’ uit het relatiebeding. Wat hebben partijen in 2014 in het relatiebeding met begrip ‘relatie’ bedoeld? Taalkundig is een begrip als ‘relatie’ voor meerderlei uitleg vatbaar. Je kunt de kring van ‘relaties’ ruim of eng zien. Daarom moet naar de hele context gekeken worden. Het hof daarover:

“Daartoe merkt het hof allereerst op dat het begrip relatie in de taalkundige zin niet meer inhoudt dan dat het gaat om een betrekking waarin zaken of personen tot elkaar staan. Waar het hier gaat om de uitleg van een overeenkomst, dient echter, zoals hiervoor reeds is opgemerkt, niet alleen gelet te worden op de algemene taalkundige betekenis, maar ook op de context zoals de betreffende maatschappelijke kring waarin die overeenkomst is opgesteld. Een relatiebeding in een arbeidsovereenkomst ziet naar doel en strekking in beginsel op beperking van de concurrentie, nu het immers een species is van een concurrentiebeding. Het strekt tot bescherming van het bedrijfsdebiet van de werkgever. Doorgaans wordt hierbij onder bescherming tegen concurrentie verstaan de bescherming van het klantenbestand van de werkgever. Deze klanten bepalen immers in belangrijke mate de hoogte van de omzet en daarmee het winstpotentieel van de onderneming. Daarbij geldt verder wél een restrictieve uitleg nu een dergelijk beding in beginsel een inbreuk maakt op de vrijheid van arbeidskeuze van een werknemer.”

Het hof het begrip ‘relatie’ aan de hand van het zogenaamde Haviltex-criterium.

Het Haviltex-criterium verwijst naar een arrest van de Hoge Raad uit 1981. In dat arrest heeft de Hoge Raad een maatstaf gegeven die een rechter kan gebruiken om vast te stellen wat de inhoud van een onduidelijke afspraak tussen contractspartijen is (Hoge Raad van 13 maart 1981, ECLI:NL:HR:1981:AG4158).

Volgens het Haviltex-criterium moet er gekeken worden naar de bedoeling van partijen, wat partijen uit elkaars verklaringen en gedragingen redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten en naar alle omstandigheden van het geval. Naast de taalkundige uitleg moet er ook naar de context gekeken worden.

In deze procedure komt echter met het Haviltex-criterium geen nadere duidelijkheid. Over de context waarin het relatiebeding is gesloten en de daarbij geuite bedoelingen hebben partijen in dit geding geen nadere verklaringen afgelegd. Daarop kan het hof dus bij de uitleg van het beding niet terugvallen.

Vervolgens komt het hof tot het oordeel dat ECT géén relatie van VMB is.

Het enkele feit dat de werkzaamheden werden verricht in het kader van een overeenkomst van opdracht tussen ETC en BAM, maakt nog niet dat daarmee ETC naast BAM moet worden beschouwd als een dergelijk zakelijk contact van VMB.

De werkzaamheden in onderaanneming werden immers opgedragen door BAM aan VMB, terwijl BAM ook naar mag worden aangenomen, rechtstreeks voor deze werkzaamheden aan VMB betaalde. Van een verdere zakelijke relatie tussen VMB en ETC is in dit verband ook niet gebleken. Dat VMB indirect financieel profijt had van die relatie tussen BAM en ETC maakt nog niet dat VMB zelf als een ‘relatie’ van ETC is te beschouwen in de zin van het beding.
Ook het hof wijst daarom de vordering van VMB af.

Praktijkbelang van deze uitspraak

Deze uitspraak benadrukt hoe belangrijk het is om bij het opstellen van een relatiebeding na te gaan wie de ‘relaties’ zijn. In deze procedure hadden de onderaannemers daaronder kunnen vallen als VMB daar een belang bij had, maar dan moet dat wel duidelijk worden gemaakt. Nu stond daarover niks in het relatiebeding en VMB kon ook niet aangeven dat daar destijds tussen partijen overeenstemming heeft bestaan.

Het Haviltex-criterium is een nuttig hulpmiddel voor de rechter (bij de uitleg van een overeenkomst moet niet alleen gekeken worden naar de taalkundige betekenis van de tekst, maar ook naar de betekenis die partijen aan die tekst mochten toekennen, gelet op de gegeven omstandigheden van het geval en op basis van wat zij van elkaar mochten verwachten), maar het is ook niet meer dan dat. Een hulpmiddel.

Beter is het uiteraard om taalkundige duidelijkheid te geven door in het relatiebeding zelf het begrip ‘relaties’ goed en volledig te definiëren.

Wilt u meer info neem dan contact op met onze specialisten:

Jeltje van Wijngaarden LLB Juridisch Adviseur

j.v.wijngaarden@fsv.nl

mr. Kees de Kramer Juridisch Adviseur

k.d.kramer@fsv.nl

Share on whatsapp
Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin
Share on email
Share on print
Scroll naar top