Werknemer weigert ander werk in coronatijd | FSV Arbeidsrecht

Werknemer weigert in coronatijd ander werk, dan (mogelijk) geen loon

De coronacrisis grijpt ook economisch diep in. Zo waren en zijn de restaurants gesloten. Hierdoor kunnen werknemers, zoals bijvoorbeeld obers en serveersters, hun werk niet doen.

Mag een werkgever in zo’n situatie dan van een werknemer verlangen dat hij ander werk verricht? Daarover ging de procedure bij de Rechtbank Rotterdam van 3 november 2020 (ECLI:NL:RBROT:2020:995).

Wat zijn de feiten?
Het restaurant van de werkgever was door de overheidsmaatregelen gesloten. Althans voor wat betreft het restaurant zelf. Het afhaalgedeelte van het restaurant is wel open gebleven.

De werkgever stelt dat hij de werkneemster verschillende keren gevraagd heeft om in het afhaalgedeelte te komen helpen. Dat heeft zij geweigerd. De werkneemster wilde alleen komen werken als het restaurantgedeelte weer geopend was. Zo kon zij niet komen werken omdat zij geen oppas had voor haar zevenjarige zoontje. De werkgever heeft echter aangeboden dat de werkneemster haar zoontje mee zou mogen nemen naar het restaurant.

De werkneemster bleef weigeren waarop de werkgever heeft besloten vanaf 1 april 2020 geen loon meer te betalen aan de werkneemster.

Standpunten van de werkneemster en de werkgever
In de procedure voor de rechter vordert de werkneemster betaling van het achterstallige loon vanaf 1 april tot de datum van de uitspraak door de rechter, te vermeerderen met de wettelijke verhoging van 50% en wettelijke rente. Zij stelt dat ze recht heeft op loondoorbetaling, omdat het risico van het niet verrichten van werkzaamheden in het restaurant tijdens de coronacrisis voor rekening van de werkgever komt.

De werkgever deelt dat standpunt niet en is van mening dat zijn vraag om ander werk te verrichten hier een redelijk verzoek is geweest. De werkzaamheden in het afhaalgedeelte verschillen immers niet zo heel veel van de werkzaamheden in het restaurant. Nu zijn bedrijf door de coronacrisis in moeilijkheden verkeerde, mocht volgens de werkgever wel wat meer flexibiliteit van de werkneemster worden verwacht. Zij had op grond van goed werknemerschap het werk in het afhaalgedeelte niet mogen weigeren, zodat hij niet gehouden is tot loondoorbetaling.

De rechter
De vraag die de rechter moet beantwoorden is of de werkneemster ondanks dat zij minder gewerkt heeft, toch recht heeft op haar volledige salarisbetaling.

De hoofdregel, aldus de rechter, is dat de sluiting van de horeca als gevolg van de overheidsmaatregelen voor rekening en risico komt van de werkgever. De werkgever dient het salaris in beginsel dan ook door te betalen aan werknemers als zij als gevolg daarvan niet kunnen werken.

Het feit dat de werkneemster haar normale werkzaamheden in de bediening niet heeft kunnen verrichten, staat in de procedure vast.

Echter, de werkgever heeft aan de werkneemster gevraagd om zolang andere werkzaamheden te verrichten, en wel in het afhaalgedeelte van het restaurant. Daar moest zij bestellingen aannemen en helpen bij het inpakken van de bestellingen. Deze werkzaamheden zijn echter geweigerd.

De rechter beslist daarop:
“Mede in het licht van de bijzondere omstandigheden rond de coronacrisis, is de kantonrechter van oordeel dat de door [gedaagde] opgedragen werkzaamheden redelijk zijn en dat van [eiseres] verwacht had mogen worden dat zij die werkzaamheden zou verrichten, zeker nu [gedaagde] ook te kennen heeft gegeven dat het geen probleem was als zij haar zoon zou meenemen naar het restaurant.”

In het licht van de bijzondere omstandigheden rond de coronacrisis zijn de opgedragen werkzaamheden dus redelijk geweest. De werkgever mocht van de werkneemster verwachten dat zij de werkzaamheden zou verrichten

Het niet verrichten van werkzaamheden komen in redelijkheid dan ook voor rekening van de werkneemster. De werkgever is uitsluitend gehouden het loon te betalen voor de uren die de werkneemster wel heeft gewerkt.

Wat betekent dit voor de praktijk?
De hoofdregel is dat de gevolgen van de coronacrisis voor rekening van de werkgever komen. Slechts in uitzonderingssituaties hoeft een werkgever geen loon aan een werknemer te betalen. Dat is ook zo vastgelegd in het Burgerlijk Wetboek waarbij een werknemer in beginsel recht heeft op loondoorbetaling als hij zijn werkzaamheden niet verricht, tenzij het niet verrichten van die werkzaamheden voor rekening en risico van hemzelf als werknemer behoort te komen (‘geen arbeid, wel loon tenzij …’). Deze regel geldt ook tijdens de coronacrisis.

Deze ‘tenzij’-uitzondering was in deze procedure van toepassing. Zie bovenstaand citaat van de rechter. Als een werkgever tijdens de crisis in redelijkheid een werknemer andere, tijdelijke, werkzaamheden kan laten verrichten, dan moet een werknemer daaraan gehoor geven. Doet de werknemer dat niet en weigert hij deze werkzaamheden uit te voeren, dan loopt hij het risico zijn recht op loondoorbetaling te verliezen over de niet-gewerkte uren.

Wat in een concreet geval ‘redelijk’ is, is uiteraard afhankelijk van alle feiten die in die concrete situatie spelen.

Wilt u meer info neem dan contact op met onze specialisten:

Jeltje van Wijngaarden LLB Juridisch Adviseur

j.v.wijngaarden@fsv.nl

mr. Kees de Kramer Juridisch Adviseur

k.d.kramer@fsv.nl

Share on whatsapp
Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin
Share on email
Share on print
Scroll naar top