FSV Nieuwsbrief Februari 2022

Home » FSV Nieuwsbrief Februari 2022
FSV Nieuwsbrief Februari 2022

FSV Nieuwsbrief Februari 2022

Let op! Wij willen voldoen aan de wens om actueel te zijn. Het overzicht in deze MKB-Nieuwsbrief is geschreven met de kennis tot en met dinsdag 15 februari, 20:00 uur.

1. Alle bezwaarschriften box 3 toegewezen

De Belastingdienst heeft alle bezwaarschriften toegewezen met betrekking tot de massaalbezwaarprocedure inzake box 3. Het betreft ruim 200.000 bezwaarschriften.

Arrest Hoge Raad
Eind december vorig jaar heeft de Hoge Raad geoordeeld dat de heffing over vermogen in box 3 in strijd is met het Europese recht. Die heffing is namelijk gebaseerd op een fictief rendement. De Hoge Raad is van mening dat het werkelijke rendement hiervoor doorslaggevend moet zijn.

Massaal bezwaar
De heffing in box 3 is via zogenaamde massaalbezwaarprocedures aangevochten. Na het arrest van de Hoge Raad heeft de Belastingdienst beslist dat alle bezwaren via die procedures voor de jaren 2017 tot en met 2020 worden toegewezen.

Uitvoering laat op zich wachten
Degenen die door het arrest minder belasting hoeven te betalen, moeten nog wel even op hun geld wachten. Hierover wordt uiterlijk begin mei beslist. Dan wil het kabinet ook knopen doorhakken over de vraag hoeveel geld men terugkrijgt. De Hoge Raad heeft namelijk niet aangegeven hoe het werkelijk behaalde rendement moet worden berekend.

Reikwijdte
Verder is nog niet duidelijk wat de reikwijdte van het arrest is. Er gaan in Den Haag stemmen op om ook belastingplichtigen geld terug te geven die geen bezwaar hebben gemaakt. De politiek moet hierover nog beslissen.

Geen definitieve aanslagen
Omdat het arrest uitvoeringstechnisch enorm complex is, worden voorlopig geen definitieve aanslagen opgelegd als er inkomen in box 3 in het spel is. Dit is alleen anders als verjaring dreigt of als een belastingplichtige er belang bij heeft de aanslag wel op te leggen.

2. NOW Q1 2022 vanaf 14 februari aanvragen

Werkgevers die vanwege corona of door andere oorzaken met omzetverlies te maken hebben, kunnen vanaf 14 februari 2022 tot en met 13 april 2022 de tegemoetkoming NOW aanvragen voor de periode januari tot en met maart 2022. De tegemoetkoming is iets gewijzigd ten opzichte van voorgaande periodes.

Noodmaatregel Overbrugging Werkgelegenheid (NOW)
Via de NOW krijgen werkgevers een tegemoetkoming, zodat ten tijde van omzetverlies de lonen toch doorbetaald kunnen worden. Het omzetverlies dient minstens 20% te bedragen.

Omvang tegemoetkoming
De tegemoetkoming is afhankelijk van het omzetverlies, dat voor de berekening maximaal 90% kan bedragen. Het omzetverlies wordt berekend in vergelijking met het jaar 2019. De loonkosten worden voor 85% vergoed.

Gestart na 1 januari 2019?
Bent u gestart na 1 januari 2019, dan moet u uw omzetverlies ten opzichte van een andere periode berekenen dan het jaar 2019. Welke periode dat is, is afhankelijk van uw startdatum (zie uwv.nl). Bent u op of na 2 oktober 2021 gestart, dan heeft u geen recht op de NOW voor de periode januari tot en met maart 2022.

Wijziging opslag
De tegemoetkoming is gebaseerd op uw loonsom in oktober 2021. Deze loonsom wordt verhoogd met 30% in plaats van met 40% zoals eerder. Dit heeft te maken met een andere wijze van berekening. Per saldo blijft de tegemoetkoming echter gelijk.

Let op! Uw loonsom mag met maximaal 15% dalen ten opzichte van de loonsom in oktober 2021. Daalt uw loonsom meer, dan heeft dit gevolgen voor uw definitieve tegemoetkoming.

Schatting
U dient uw omzetverlies zo goed mogelijk te schatten. Schat u te royaal in, dan kan dit betekenen dat u de tegemoetkoming geheel of deels terug moet betalen. U kunt hiervoor dan wel een betalingsregeling treffen.

Let op! Na aanvraag van de tegemoetkoming krijgt u, net als in de vorige NOW-periode, een voorschot van 80%. Het UWV streeft ernaar om binnen 2 tot 4 weken na goedkeuring van uw aanvraag de eerste betaling over te maken.

3. Uitstel van belastingbetaling verlengd tot en met 31 maart

Ondernemers die vanwege de coronacrisis moeite hebben met het tijdig betalen van hun belastingschulden, kunnen langer uitstel van betaling krijgen. Het kabinet heeft het uitstel verlengd tot en met 31 maart 2022.

Coronamaatregelen
Het kabinet heeft vanwege de coronacrisis diverse maatregelen genomen om het bedrijfsleven tegemoet te komen. Een van de maatregelen was het verlenen van uitstel van betaling van belastingschulden. Net als een aantal andere maatregelen, zoals de NOW en de TVL, is deze nu ook verlengd.

Geen actie nodig
Ondernemers die al gebruikmaken van uitstel van betaling, hoeven geen actie te ondernemen. Voor hen wordt het uitstel van betaling automatisch verlengd tot en met 31 maart 2022. Degenen die hier nog geen gebruik van hebben gemaakt of hun belastingschuld al volledig hebben afgelost, kunnen tot en met 31 maart 2022 uitstel van betaling aanvragen.

Let op! Het uitstel betreft belastingen waarvan de uiterste betaaldatum voor 1 april 2022 ligt. Dit zijn bijvoorbeeld de loonheffingen en btw over februari 2022.

Alle belastingen waarvoor men op of na 1 april 2022 aangifte doet, moet men weer op tijd betalen. Ook belastingaanslagen waarvan de uiterste betaaldatum op of na 1 april 2022 ligt, moet men betalen. Het uitstel geldt dus niet voor de btw over maart of het eerste kwartaal 2022. De uiterste betaaldatum van deze belastingen ligt immers op 30 april 2022.

Afbetalen belastingschuld
Op 1 oktober 2022 moeten ondernemers beginnen met het afbetalen van de belastingschuld die tot en met 1 april 2022 is opgebouwd voor de belastingen waarvoor bijzonder uitstel is verkregen. Hiervoor geldt een betalingsregeling van 60 maanden.

4. Wijziging in gerichte vrijstelling voor arbovoorzieningen

Vanaf 2022 zijn niet alle arbovoorzieningen meer gericht vrijgesteld. Alleen arbovoorzieningen die verplicht zijn volgens de Arbeidsomstandighedenwet kunnen nog onder deze vrijstelling vallen.

Gerichte vrijstelling tot 2022
Als ergens een gerichte vrijstelling voor is, kan een werkgever dit onbelast aan zijn werknemers vergoeden, verstrekken of ter beschikking stellen. Vóór 2022 gold een gerichte vrijstelling voor alle arbovoorzieningen die voortvloeiden uit het arbobeleid van de werkgever.

Vanaf 2022: verplichte arbovoorzieningen
Vanaf 2022 geldt de gerichte vrijstelling alleen nog voor arbovoorzieningen die verplicht zijn volgens de Arbeidsomstandighedenwet. Denk hierbij bijvoorbeeld aan veiligheidsschoenen, een veiligheidsbril, maar ook bijvoorbeeld een ergonomisch verantwoorde bureaustoel en een beeldschermbril.

Let op! De gerichte vrijstelling voor verplichte arbovoorzieningen geldt niet als sprake is van een eigen bijdrage van werknemers. Ook bij uitruil binnen cafetariaregelingen is de gerichte vrijstelling niet mogelijk.

Is sprake van een luxere arbovoorziening dan noodzakelijk, zoals een leren bureaustoel in plaats van een stoffen bureaustoel? Dan is de meerprijs niet gericht vrijgesteld. Deze meerprijs kan wel ten laste van de vrije ruimte komen. Daarnaast is een eigen bijdrage van de werknemer voor de meerprijs ook mogelijk.

Mogelijkheden voor andere arbovoorzieningen
Een cursus stoppen met roken, een stoelmassage, sportieve activiteiten en gezondheidschecks zijn vanaf 2022 in principe niet meer gericht vrijgesteld, ook niet als deze voorzieningen zijn opgenomen in het arbobeleid van de werkgever. Deze voorzieningen zijn namelijk over het algemeen niet verplicht volgens de Arbeidsomstandighedenwet.

Let op! Een cursus stoppen met roken en een stoelmassage kunnen, als deze op de werkplek worden gehouden, alsnog onbelast worden vergoed op grond van de zogenoemde nihilwaardering.

Voor de cursus stoppen met roken geldt overigens dat deze sinds 2020 volledig vanuit het basispakket van de zorgverzekering wordt vergoed zonder dat deze kosten ten laste van het eigen risico gaan. Het is dus de vraag hoe vaak een werkgever een dergelijke cursus nog vergoedt.

Bepaalde arbovoorzieningen die over het algemeen niet verplicht zijn volgens de Arbeidsomstandighedenwet, kunnen dat in specifieke gevallen toch zijn. In dergelijke gevallen zal de gerichte vrijstelling op deze arbovoorzieningen toch van toepassing zijn.

Vrije ruimte
Een werkgever kan de niet langer gericht vrijgestelde voorzieningen altijd nog, voor zover deze gebruikelijk zijn, ten laste van zijn vrije ruimte brengen. Zolang de werkgever nog voldoende vrije ruimte heeft, zal de voorziening dan ook onbelast zijn. Bij overschrijding van de vrije ruimte bedraagt de eindheffing 80% over deze overschrijding.

5.  Vergeet uw aangifte schenkbelasting niet

Heeft u in 2021 een schenking gekregen, vergeet dan niet vóór 1 maart 2022 aangifte schenkbelasting te doen. U moet aangifte doen als de waarde van de schenking meer bedroeg dan het bedrag van de vrijstelling. De vrijstelling was voor schenkingen van uw ouders in 2021 € 6.604, voor schenkingen van anderen € 3.244. U kunt uw aangifte ook digitaal indienen.

6. Drempel dga-taks naar € 700.000

Het kabinet wil naar alle waarschijnlijkheid met ingang van 2023 het lenen bij de eigen bv ontmoedigen. In een wetsvoorstel, dat al langer op de plank ligt, is daarom opgenomen dat de dga bij leningen van de bv belasting gaat betalen in box 2 over het bedrag van de lening boven de drempel (tarief box 2 is momenteel 26,9%). Deze drempel is in het huidige wetsvoorstel vastgesteld op € 500.000. In het coalitieakkoord is een verhoging naar € 700.000 opgenomen. Dit betekent dat bij leningen bij de eigen bv van meer dan € 700.000 straks het meerdere belast wordt in box 2.

7. Aftrek hypotheekrente blijft, maar minder fiscaal voordeel

De regering heeft in het coalitieakkoord niets opgenomen over verdere afbouw van de aftrek van hypotheekrente voor een eigen woning. Dit betekent echter niet dat de aftrek voor de eigen woning de komende jaren gelijk blijft. Zo vindt al jaren een afbouw plaats van het belastingtarief waartegen de hypotheekrente kan worden afgetrokken. In 2022 is de hypotheekrente bijvoorbeeld nog maar aftrekbaar tegen maximaal 40% en in 2023 tegen maximaal 37,05%. Als compensatie is wel het eigenwoningforfait verlaagd: in 2022 bedraagt dit voor woningen met een waarde vanaf € 75.000 0,45% en in 2023 0,40%. Ook de Hillenaftrek wordt vanaf 2019 al met 3,33% per jaar afgebouwd. Bij geen of een hypotheekrente lager dan het eigenwoningforfait, betaalt u de komende jaren dus steeds meer belasting over het eigenwoningforfait.

8. Middelingsregeling stopt

De regering heeft in het coalitieakkoord afgesproken om de middelingsregeling af te schaffen. Met de middelingsregeling kunt u een sterk wisselend inkomen gelijkmatig over drie jaren verdelen. Het afschaffen van de middelingsregeling betekent dat de periode 2022 tot en met 2024 het laatste tijdvak is waarover gemiddeld kan worden. Denk dus goed na over welke kalenderjaren u in de middeling wilt betrekken. Een jaar kan namelijk maar één keer in een middeling mee. Kiest u voor een middeling over 2020 tot en met 2022? Dan kunt u geen middeling meer toepassen voor de jaren 2023 en 2024.

9. Grens vrijstelling overdrachtsbelasting in 2023 € 440.000

Voor kopers van 18 tot 35 jaar oud geldt een eenmalige vrijstelling van overdrachtsbelasting als zij een woning kopen van maximaal € 400.000. Vanaf 2023 bedraagt deze woningwaardegrens € 440.000. Het moment waarop aan alle voorwaarden moet zijn voldaan, is het moment van de levering van de woning bij de notaris. Koopt u in 2022, maar vindt levering bij de notaris plaats in 2023, dan geldt dus de grens van € 440.000.

10. Vrijstelling VPB eerder mogelijk bij startende stichting

Voor stichtingen en verenigingen bestaat een VPB-vrijstelling voor geringe winsten. Deze vrijstelling is van toepassing als de winst in een jaar niet hoger is dan € 15.000. Is de winst in een jaar wel hoger dan € 15.000, dan is de vrijstelling alsnog van toepassing als de winst van het jaar plus de winsten van de vier voorafgaande jaren tezamen niet hoger zijn dan € 75.000. De Belastingdienst was van mening dat de winstgrens van € 75.000 tijdens de opstartfase van een stichting of vereniging naar evenredigheid moest worden toegepast. Bestond een stichting bijvoorbeeld 3 jaar, dan bedroeg deze grens volgens de Belastingdienst geen € 75.000, maar 3/5 van € 75.000 = € 45.000. Volgens de Hoge Raad geldt de winstgrens van € 75.000 echter gewoon ten volle, ook als een stichting of vereniging nog geen 5 jaar bestaat.

Scroll naar boven