Horen zien en zwijgen

Horen zien en zwijgen!

Wanneer een werknemer toegang heeft tot vertrouwelijke informatie, dan moet een werkgever er op kunnen vertrouwen dat de werknemer deze informatie niet aan derden doorspeelt. Doet hij (of zij) dat wel, dan komt de werknemer –  in juridische taal –  toerekenbaar de arbeidsovereenkomst niet na (wanprestatie).

Dit doorspelen van vertrouwelijke informatie kan tijdens de duur van de arbeidsovereenkomst, maar ook na het beëindigen daarvan nog plaatsvinden. Een werkgever kan dan de door hem geleden schade op de werknemer verhalen.

In veel arbeidsovereenkomsten is om die reden dan ook een geheimhoudingsbepaling met een boetebeding opgenomen.

Op 1 maart 2018 heeft het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch een arrest gewezen waarin geheimhouding en de gevolgen van de overtreding daarvan centraal stonden (ECLI:NL:GHSHE:2018:850).

Waar ging het over?

Bij een werkgever, Staal- en Machinebouw B.V., werken twee zussen, A en B. Zus A is op 9 november 1998 in dienst getreden bij de Staal- en machinebouw B.V. De laatste functie die zij vervulde, is die van administratief medewerkster. De functie van administratief medewerkster vervulde A samen met haar zus B. B verrichtte daarnaast ook nog enkele HR-taken.

In november 2015 is de echtgenoot van B onverwachts overleden. Dat heeft niet alleen zijn weerslag gehad op B, maar ook op A.

Tussen B en Staal- en machinebouw B.V. is een arbeidsconflict ontstaan dat in 2016 is geëscaleerd. Gesprekken en mediation hebben niet tot een oplossing geleid. Ook met A zijn mediation gesprekken gevoerd. Zij heeft de laatste versie van het mediation traject op 10 februari 2017 voor gezien ondertekend.

Op vrijdag 17 februari 2017 is B met onmiddellijke ingang vrijgesteld van haar werkzaamheden en is aan haar meegedeeld dat Staal- en machinebouw B.V. de arbeidsovereenkomst met haar wenste te beëindigen. Aan haar is een voorstel gedaan de arbeidsovereenkomst met wederzijds goedvinden te beëindigen. A voelde zich betrokken bij het arbeidsconflict tussen haar zus Staal- en machinebouw B.V.

Vanwege de oplopende emoties heeft Staal- en machinebouw B.V. A vrijdagmiddag 17 februari 2017 vrijaf gegeven. Op dinsdag 21 februari 2017 is A weer op het werk verschenen. Staal- en machinebouw B.V. heeft A op 27 februari 2017 geschorst, omdat was gebleken dat A op dinsdag 21, donderdag 23 en vrijdag 24 februari 2017 een groot aantal e-mails en bestanden – in de stukken wordt een aantal van 100 en 150 genoemd – had verzameld en had toegezonden aan B en haar eigen privé e-mailadres.

Op 1 maart 2017 hebben beide zussen aan Staal- en machinebouw B.V. laten weten dat zij alle gegevens en kopieën hadden verwijderd.

Eén week later, op 7 maart 2017, is tussen Staal- en machinebouw B.V. en B overeenstemming bereikt over beëindiging van de arbeidsovereenkomst.

Voor wat betreft A heeft Staal- en machinebouw B.V. aan de rechter gevraagd om de arbeidsovereenkomst met A te ontbinden zonder toekenning van een transitievergoeding, met veroordeling van A in de kosten (juridisch: primair op grond van artikel 7:671b lid 1, onderdeel a BW jo artikel 7:669 lid 3 onderdeel e Burgerlijk Wetboek, subsidiair onderdeel g).

Staal- en machinebouw B.V. heeft daarbij, kort gezegd, aangevoerd dat A , doordat zij een groot aantal e-mails en bestanden heeft verzameld en deze naar haar privé e-mailadres en het privé e-mailadres van haar zus heeft gezonden, (bedrijfsgevoelige) informatie buiten de organisatie van Staal- en machinebouw B.V. heeft gebracht en daarmee in strijd heeft gehandeld met: goed werknemerschap, met artikel 8 de arbeidsovereenkomst, met artikel 23 van de CAO en met het personeelshandboek (de gedragscode).

Staal- en machinebouw B.V. heeft daardoor geen vertrouwen meer in A. Volgens Staal- en machinebouw B.V. zijn de gedragingen van A tevens ernstig verwijtbaar, zodat aan haar geen transitievergoeding verschuldigd is. A heeft in grove mate in strijd met een duidelijke norm in haar arbeidsovereenkomst gehandeld. Evenmin komt aan A een billijke vergoeding toe.

De kantonrechter oordeelt dat dat de arbeidsverhouding met de werkneemster door haar handelen is verstoord. De arbeidsovereenkomst wordt daarom ontbonden. Maar dat het handelen van de werkneemster zo kwalijk is dat zij daarmee haar recht op een transitievergoeding is verloren, dat gaat de kantonrechter te ver. Daardoor wordt aan A een transitievergoeding van € 20.022,– bruto toegekend.

Staal- en machinebouw B.V. is met deze beslissing niet eens en gaat in hoger beroep bij het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch.

Het hof deelt het standpunt van Staal- en machinebouw B.V. A wordt in de stukken aangeduid met “verweerder”. Het hof:

“Daar [verweerster] voornoemde informatie wel naar haar eigen privé e-mailadres en het privé e-mailadres van haar zus heeft gestuurd, heeft zij naar het oordeel van het hof verwijtbaar gehandeld, zodanig dat van [staal- en machinebouw B.V.] in redelijkheid niet kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren. [verweerster] heeft bovendien ernstig verwijtbaar gehandeld. Zij heeft in strijd met voornoemde duidelijke norm in haar arbeidsovereenkomst, bedrijfsgevoelige informatie van haar werkgever buiten de organisatie van haar werkgever gebracht, terwijl is gesteld noch gebleken dat zij daarmee enig belang van [staal- en machinebouw B.V.] heeft gediend. Aan het voorgaande doet niet af dat de zus van [verweerster] bedoelde informatie niet bij de onderhandelingen over de beëindiging van haar arbeidsovereenkomst heeft misbruikt. Overigens moet daarbij worden vastgesteld dat [staal- en machinebouw B.V.] beide zussen al had geconfronteerd met haar ontdekking van hetgeen [verweerster] had gedaan en beide zussen hebben laten weten dat zij alle gegevens en kopieën hadden verwijderd.”

Het hof oordeelt daarom in het voordeel van Staal- en machinebouw B.V. Maar niet alleen dat, A komt ook niet in aanmerking voor een transitievergoeding en moet het reeds door haar ontvangen bedrag aan Staal- en machinebouw B.V. terugbetalen. Opnieuw het hof:

“Het hof zal voor recht zal verklaren dat het eindigen van de arbeidsovereenkomst tussen [staal- en machinebouw B.V.] en [verweerster] het gevolg is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van [verweerster] als bedoeld in artikel 7:673 lid 7 sub c BW als gevolg waarvan zij niet in aanmerking komt voor een transitievergoeding en dat [verweerster] zal worden veroordeeld tot terugbetaling van de aan haar betaalde transitievergoeding met wettelijke rente vanaf de dag van betaling door [staal- en machinebouw B.V.] . [verweerster] zal als de in het ongelijk gestelde partij de proceskosten van [staal- en machinebouw B.V.] in beide instanties moeten dragen.”

Wilt u meer info neem dan contact op met onze specialisten:

Jeltje van Wijngaarden LLB Juridisch Adviseur

j.v.wijngaarden@fsv.nl

mr. Kees de Kramer Juridisch Adviseur

k.d.kramer@fsv.nl

Share on whatsapp
Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin
Share on email
Share on print