Verborgen camera’s op de werkvloer: juridisch nog niet zo gemakkelijk

 In Arbeidsrecht

Stel dat u het (sterke) vermoeden hebt dat er gestolen wordt in uw bedrijf, maar u krijgt daar de vinger niet goed achter. Mag u dan verborgen camera’s ophangen om meer duidelijkheid te krijgen of er wordt gestolen?

Hoewel het antwoord gevoelsmatig voor de hand ligt, zijn verborgen camera’s op de werkvloer juridisch een hot item met veel mitsen en maren.

Op 9 januari 2018 heeft het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (“EHRM”) namelijk nogmaals bevestigd dat het inzetten van verborgen camera’s op de werkvloer als hoofdregel niet toegestaan (ECLI:CE:ECHR:2018:0109JUD000187413/Case of López Ribalda and others v. Spain).

Waar ging het in deze procedure over?

De werkgever is een Spaanse supermarkt. Een filiaalmanager daarvan merkte enkele onregelmatigheden op tussen voorraadniveaus van de supermarkt en wat er dagelijks werd verkocht.

Om dit onverklaarbare voorraadverlies te onderzoeken, heeft hij zowel zichtbare als verborgen bewakingscamera’s geïnstalleerd. De zichtbare camera’s worden opgehangen bij de in- en uitgang van de supermarkt, zodat eventuele dieven via die beelden konden worden gepakt. De onzichtbare camera’s werden bij de kassa’s opgehangen en werden gebruikt om het de werknemers te controleren.

De kassières in de winkel werden wel op de hoogte gesteld van de zichtbare, maar niet van de onzichtbare camera’s.

Al snel had de supermarkt “beet”. Uit opnamen van de onzichtbare camera’s bleek namelijk dat vijf (kassa)werknemers klanten en collega’s hadden geholpen bij het stelen van producten uit de winkel.

Deze werknemers kregen een gesprek waarin een aantal van hen (drie van de vijf) de diefstal toegaven. Toch vochten ze hun ontslag bij de rechter aan. Naar hun oordeel was hun privacy geschonden.

De Spaanse rechters gingen daarin niet mee en vonden dat er dus geen sprake was van een inbreuk op de privacy van deze werknemers.

Uiteindelijk kwam de kwestie bij de Europese rechter (EHRM) terecht. Deze ging wél met de werknemers mee.

Het EHRM oordeelde namelijk dat het gebruik van deze bewakingscamera’s hier niet proportioneel was. De kassières waren niet op de hoogte van het bestaan van de verborgen camera’s en het doel van deze camera’s. Daardoor was er strijdigheid met artikel 8 EVRM over het recht op eerbiediging van privé familie- en gezinsleven, luidend:

  1. “Een ieder heeft het recht op respect voor zijn privé leven, zijn familie- en gezinsleven, zijn woning en zijn correspondentie.
  2. Geen inmenging van enig openbaar gezag is toegestaan in de uitoefening van dit recht, dan voor zover bij wet is voorzien en in een democratische samenleving noodzakelijk is in het belang van de nationale veiligheid, de openbare veiligheid of het economisch welzijn van het land, het voorkomen van wanordelijkheden en strafbare feiten, de bescherming van de gezondheid of de goede zeden of voor de bescherming van de rechten en vrijheden van anderen.”

Volgens de Spaanse wetgeving hadden de werknemers vooraf over het gebruik van de camera’s geïnformeerd moeten worden.  De Spaanse rechters hadden dan ook in strijd gehandeld met artikel 8 EVRM en een ongerechtvaardigde privacy-inbreuk toegestaan.

Ook met de motivering van de Spaanse rechter, te weten dat de supermarkt geen andere mogelijkheid had om de diefstal te kunnen bewijzen en daarom wel tot inzet van de camera’s moest overgaan, deelt het EHRM niet. De werkgever heeft alle werknemers gedurende de volledige werktijd wekenlang gefilmd. Dat was niet proportioneel. Een minimale kennisgeving was dan ook op zijn plaats geweest. Vanwege de privacy-inbreuk hadden de werknemers recht op een schadevergoeding van € 4.000,= van de Spaanse overheid.

De werknemers zijn overigens wel ontslagen. De reden daarvan was dat de ontslagen ook waren gebaseerd op de verklaringen van getuigen en op de gedane bekentenissen.

Hoe zit deze situatie nu in ons land?

Deze Europeesrechtelijke uitspraak geldt ook voor ons. En ook hier gelden strenge eisen.

Werkgevers mogen namelijk alleen camera’s ophangen als zij aan een aantal voorwaarden voldoen, te weten:

  • de inbreuk op de privacy zo klein mogelijk is. Een camera in bijvoorbeeld een toilet of kleedruimte mag niet omdat mensen dan ontkleed in beeld kunnen komen;
  • de camera mag geen geluidsopnamen maken. Dit is voor het doel niet nodig;
  • De werkgever moet een zogeheten gerechtvaardigd belang hebben voor het cameratoezicht, zoals een redelijk vermoeden van diefstal of werknemers en bezoekers willen beschermen. Er moet dus sprake zijn van een uitzonderlijke situatie;
  • Het cameratoezicht moet noodzakelijk zijn. Dit houdt in dat de werkgever het doel, bijvoorbeeld het constateren van diefstal op de werkvloer, niet op een andere manier kan bereiken. Is er een andere mogelijkheid, die minder ingrijpend is voor de privacy, dan moet de werkgever eerst deze weg bewandelen (proportionaliteit);
  • Het cameratoezicht mag niet op zichzelf staan, maar moet onderdeel zijn van een totaalpakket aan maatregelen;
  • De werkgever moet eerst een privacy toets uitvoeren, inhoudend dat de werkgever de belangen en rechten van de werknemers en bezoekers afweegt tegen zijn eigen bedrijfsbelang. De inzet van verborgen camera’s mag slechts tijdelijk zijn en er mogen niet meer personen en/of plaatsen in beeld komen dan strikt noodzakelijk is voor het doel;
  • De werkgever moet de plannen vooraf met de ondernemingsraad bespreken. De ondernemingsraad heeft een belangrijke rol bij de beslissing om cameratoezicht in te zetten op de werkplek, te weten instemming verlenen voordat de werkgever camera’s mag ophangen;
  • De werkgever moet ervoor zorgen dat de werknemers en bezoekers weten dat er een camera’s hangen bijvoorbeeld door middel van bordjes. Ook is het mogelijk dat er vooraf op gewezen wordt dat verborgen cameratoezicht in uitzonderlijke situaties mogelijk is, onder meer in een personeelsreglement, handboek of protocol;
  • De betrokken werknemers dienen ook achteraf geïnformeerd te worden over het gebruik van verborgen camera’s;
  • De werkgever mag de camerabeelden niet langer bewaren dan noodzakelijk is, met als richtlijn een periode van maximaal vier weken. Is er een strafbaar feit geconstateerd, zoals diefstal, dan mogen de beelden worden bewaard totdat de kwestie is afgehandeld.

Ten slotte nog dit. Het gebruik van camera’s valt op dit moment onder de Wet Bescherming Persoonsgegevens (Wbp). De nieuwe Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) zal deze eisen grotendeels overnemen. Een verschil is dat er onder de AVG geen voorafgaande toestemming maar hoeft te worden gevraagd van de Autoriteit Persoonsgegevens, verantwoordelijk voor de naleving van de Wbp en AVG.

Meer info? Neem contact op met onze specialisten arbeidsrecht.

Recent Posts

Leave a Comment

Contact

Heb je een vraag of wil je meer info? Vul hieronder je emailadres in en we nemen zo snel mogelijk contact met je op.

Not readable? Change text. captcha txt
horen zien en zwijgen | FSV Accountants + Adviseurs