Is een concurrentiebeding ook geldig bij de indiensttreding bij een zustervennootschap?

Is een concurrentiebeding ook geldig bij de indiensttreding bij een zustervennootschap?

Bij het sluiten van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd of een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd als er tenminste sprake is van een zwaarwegend, goed gemotiveerd bedrijfsbelang, kan een concurrentiebeding worden overeengekomen.

Volgens artikel 7: 653 Burgerlijk wetboek (BW) is een concurrentiebeding slechts geldig als deze met een meerderjarig werknemer is gesloten (achttien jaar of ouder) en het beding schriftelijk is overeengekomen.
De schriftelijkheidsvraag stond centraal in het arrest van het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 2 oktober 2018 (ECLI:NL:GHSHE:2018:4054).

In deze procedure is de werknemer op 19 januari 2009 bij BL International in dienst getreden als Commercial Business Analist op basis van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd. Op 19 januari 2010 heeft de werknemer voor dezelfde functie een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd gesloten met de BL International.

De arbeidsovereenkomst die partijen op 19 januari 2010 hebben gesloten, bevat een non-concurrentiebeding.

Op 2 januari 2017 heeft de CFO van BL Special Promotions, een zusteronderneming van BL International, aan de werknemer een op 2 januari 2017 ondertekende arbeidsovereenkomst toegezonden welke betrekking heeft op de indiensttreding van de werknemer bij BL Special Promotions per 1 januari 2017.

De werknemer heeft deze arbeidsovereenkomst niet ondertekend, maar hij is wel vanaf 1 januari 2017 werkzaamheden gaan verrichten voor BL Special Promotions. Dit bedrijf is, zoals gezegd, een zusteronderneming van BL International.

Op de salarisstroken die de werknemer vanaf 1 januari 2017 heeft ontvangen, staat BL Special Promotions vermeld als werkgever. Hetzelfde is het geval bij de salarisbijschrijvingen die hij vanaf 1 januari 2017 op zijn bankrekening heeft ontvangen. Voor de werknemer zijn ook visitekaartjes gedrukt waarop BL Special Promotions als werkgever vermeld staat. Die visitekaartjes zijn aan hem ter beschikking gesteld.

BL Special Promotions heeft op 29 september 2017 aan de werknemer een werkgeversverklaring verstrekt waarop BL Special Promotions als zijn werkgever genoemd staat. Voorts is aan hem op 29 september 2017 een bevestiging verstrekt van een in 2017 toegekende bonus.
Bij brief van 18 december 2017, gericht aan BL Special Promotions, heeft de werknemer zijn dienstverband met inachtneming van een opzegtermijn van een maand opgezegd per 1 februari 2018. De werknemer heeft in de brief vermeld dat hij een andere baan heeft gevonden die hem betere perspectieven biedt. De door hem genoemde andere baan betreft een baan bij een derde, zijnde de nieuwe werkgever.

Op 21 december 2017 heeft BL International aan de werknemer onder meer meegedeeld dat zij ervan uitgaat dat de opzegging geacht moet worden aan haar gericht te zijn en dat hij zich aan het met BL International overeengekomen non-concurrentiebeding moet houden.

BL International heeft de werknemer bij inleidende dagvaarding van 23 januari 2018 in kort geding gedagvaard voor de kantonrechter. Bij de kantonrechter vordert BL International onder meer dat het de werknemer wordt verboden om op enigerlei wijze te handelen in strijd met het concurrentiebeding met BL International, meer in het bijzonder door de werknemer te verbieden in dienst te treden van of werkzaam te zijn voor de nieuwe werkgever of enige daaraan gelieerde onderneming gedurende een periode van 1 jaar te rekenen vanaf 1 februari 2018, op straffe van een dwangsom.

In deze procedure heeft BL International zijn standpunt gemotiveerd, stellende dat de werknemer zijn opzegging ten onrechte gericht heeft aan BL Special Promotions. Een door die vennootschap aangeboden arbeidsovereenkomst heeft de werkgever nimmer aanvaard en ondertekend. BL Special Promotions is daardoor nooit de werkgever van de werknemer geworden. Hij is dus altijd in dienst gebleven van BL International.

De kantonrechter heeft de vorderingen van BL International afgewezen. Deze gaat daarna in hoger beroep bij het gerechtshof.

Het gerechtshof is het met de kantonrechter eens dat vaststaat dat er een mondelinge arbeidsovereenkomst tot stand is gekomen tussen de werknemer en BL Special Promotions met ingang van 1 januari 2017. Dat de werknemer de schriftelijke overeenkomst met BL Special Promotions niet had ondertekend, doet niet af aan het feit dat werknemer wel werkzaamheden is gaan verrichten en zijn salaris uitsluitend van BL Special Promotions ontving. Aangezien de werknemer de arbeidsovereenkomst met BL Special Promotions niet ondertekende, was er niet voldaan aan het wettelijke vereiste dat een non-concurrentiebeding schriftelijk moet worden aangegaan (zie hierboven).

Daarbij oordeelt het gerechtshof tevens dat de arbeidsovereenkomst tussen BL International en de werknemer met ingang van 1 januari 2017 met wederzijds goedvinden is beëindigd. Immers, vanaf die datum verrichtte de werknemer werkzaamheden voor BL Special Promotions en betaalde BL International geen loon meer aan de werknemer. Om die reden is de periode van één jaar waarin het met BL International overeengekomen non-concurrentiebeding geldig was, op 1 januari 2018 verstreken.

Kortom, de werknemer kon dan ook op 1 februari 2018 bij de nieuwe werkgever in dienst treden.
Aan een concurrentiebeding (en ook relatiebeding) worden door de wet de nodige vereisten gesteld. Wordt daaraan niet strikt voldaan, dan wordt dat concurrentie- of relatiebeding geacht niet geldig overeengekomen te zijn. Met alle gevolgen van dien.

Wilt u meer info neem dan contact op met onze specialisten:

Jeltje van Wijngaarden LLB Juridisch Adviseur

j.v.wijngaarden@fsv.nl

mr. Kees de Kramer Juridisch Adviseur

k.d.kramer@fsv.nl

Share on whatsapp
Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin
Share on email
Share on print