Kan er tussen echtgenoten een arbeidsovereenkomst bestaan?

Kan er tussen echtgenoten een arbeidsovereenkomst bestaan?

Op 10 maart 2021 vond de Rechtbank Limburg (ECL:NL:RBLIM:2021:2301) in die uitspraak dat er geen sprake was van een arbeidsovereenkomst. En daardoor liep de vrouw heel veel geld mis.

Vereisten aan een arbeidsovereenkomst
De wet (7:610 BW) stelt aan het bestaan van een arbeidsovereenkomst een viertal vereisten, te weten:

  • een verplichting tot het verrichten van arbeid;
  • gedurende een zekere tijd;
  • de verplichting loon te betalen;
  • in dienst van de andere partij.

Dat laatste vereiste, het in dienst zijn van de andere partij, wordt ook wel de gezagsverhouding genoemd. Enigszins ouderwets geformuleerd: de werknemer moet ondergeschikt zijn aan de werkgever. En beetje moderner geformuleerd: de werkgever heeft een organisatorisch instructierecht. Hij hoeft daar geen gebruik van te maken, maar het recht moet wel bestaan. De werknemer is dus verplicht zijn om de aanwijzingen en instructies van de werkgever op te volgen.

Zonder gezagsverhouding, geen arbeidsovereenkomst. En daarop sneuvelde de procedure voor de vrouw bij de Rechtbank Limburg.

Wat was het geval?
De man en de vrouw zijn met elkaar gehuwd onder huwelijkse voorwaarden. De man is werkzaam als psychiater. Tijdens het huwelijk heeft de vrouw werkzaamheden voor de man verricht.

Op 31 maart 1995 heeft de man een B.V. opgericht om zijn werkzaamheden als psychiater in die B.V. onder te brengen. Met ingang van 1 januari 1996 ontvangt de vrouw maandelijks vaste bedragen van B.V.

Van die betalingen ontvangt zij specificaties waarop staat vermeld dat zij op 1 januari 1996 in dienst is getreden. Ook vermelden de specificaties dat het loon betreft waarop loonbelasting/premie volksverzekeringen wordt ingehouden. Er wordt niets ingehouden van premies werknemersverzekeringen. De specificaties vermelden ook een fiscale bijtelling voor een auto.

Het vaste bedrag dat de vrouw in 2020 ontving was (tot december 2020) € 6.025,= bruto per maand.

De man en de vrouw woonden tot de zomer van 2015 samen op een adres waar ook de B.V. formeel gevestigd is.

Sinds de zomer van 2015 wonen de man en de vrouw niet meer samen. De man had de woning verlaten.

Op 19 december 2019 heeft de vrouw een verzoek tot echtscheiding ingediend bij de rechtbank.

Bij e-mail van 16 december 2020 heeft (de gemachtigde van) de B.V. onder meer aan (de gemachtigde van) de vrouw geschreven dat:

  • de B.V. haar ondernemingsactiviteiten heeft gestaakt waardoor er binnen de B.V. geen werk meer voor de vrouw is;
  • de opdracht aan de vrouw uiterlijk 31 december 2020 eindigt;
  • de vrouw de eigendommen van de B.V. dient af te geven.

De B.V. heeft in die brief het standpunt ingenomen dat tussen partijen niet een arbeidsovereenkomst, maar wel een overeenkomst van opdracht geldt. Van een overeenkomst van opdracht is sprake van twee gelijke partijen. Met andere woorden: de gezagsverhouding ontbreekt.

Financiële claim van de vrouw
De vrouw is van mening dat er wel degelijk sprake is van arbeidsovereenkomst. En vordert daarbij voor de rechter van de B.V. een vergoeding, te weten:

  • een billijke vergoeding van € 169.929,= bruto;
  • een gefixeerde vergoeding van € 24.100,=;
  • de betaling van € 50.213,84 bruto als transitievergoeding;
  • de betaling van € 6.915,04 netto vanwege het feit dat de vrouw geen auto van de zaak heeft gehad gedurende de periode van 1 mei 2020 t/m 31 december 2020

Met het verzoek om de B.V. ook te veroordelen tot betaling van de proceskosten.

Maar wat vindt de rechter?

De rechterlijke uitspraak
De rechter is van mening dat er geen sprake is geweest van een arbeidsovereenkomst. En niet omdat de man en de vrouw met elkaar gehuwd zijn. De rechter overweegt, waarbij ‘verweerster’ de B.V. is en ‘verzoekster’ de vrouw:

‘Anders dan [verweerster] stelt, kan ook tussen echtgenoten sprake zijn van een arbeidsovereenkomst. Dit blijkt reeds uit het feit dat artikel 7A:1637i BW (dat bepaalde dat een arbeidsovereenkomst tussen echtgenoten nietig is) per 1 april 1997 is vervallen. Het feit dat [verzoekster] haar werkzaamheden voor haar echtgenoot [naam echtgenoot] heeft verricht, kan op zichzelf genomen wel een aanwijzing zijn dat er geen sprake is van een arbeidsovereenkomst. Een gezagsverhouding tussen echtgenoten ligt immers minder voor de hand. Dat van een gezagsverhouding sprake is geweest, staat naar het oordeel van de kantonrechter niet vast.’

Een gezagsverhouding tussen echtgenoten, aldus de rechter, is op zich wel mogelijk, maar ligt niet voor de hand. Dit omdat als uitgangspunt geldt dat de echtelijke relatie tussen man en vrouw gelijkwaardig is. Zonder een gezagsverhouding.

Dat hier van een gezagsverhouding sprake is geweest, staat naar het oordeel van de rechter dus niet vast. Wat waren daarbij relevante feiten?

  • de vrouw werkte vanuit huis en kon haar werkzaamheden daardoor zonder direct toezicht van de man uitvoeren. De man woonde vanaf 2015 niet meer in de woning;
  • de vrouw was ook vrij in de vulling van de duur en de inhoud van haar werkzaamheden en de tijdstippen dat zij die wilde uitvoeren;
  • er was geen schriftelijke arbeidsovereenkomst;
  • weliswaar gaf de man regelmatig opdrachten, maar dat betekent nog niet dat er een gezagsverhouding is. Ook bij een overeenkomst van opdracht tussen twee gelijkwaardige partijen (zeg tussen twee bedrijven) heeft de opdrachtgever de bevoegdheid om opdrachten en instructies te geven. Denk aan de aanleg van een nieuw softwaresysteem in het bedrijf van de opdrachtgever;
  • daar komt verder bij dat de hoogte van de beloning voor de vrouw (€ 6.025,= bruto per maand) in geen verhouding staat tot het door haar verrichte werk. Het gaat feitelijk om (relatief) eenvoudige administratieve werkzaamheden op parttime basis en de daar tegenoverstaande beloning is zo hoog dat zonder nadere motivering niet kan worden volgehouden dat die is overeengekomen als onderdeel van een zakelijke, tussen een werkgever en een werknemer gesloten, arbeidsovereenkomst. Volgens de B.V. is die beloning destijds door haar boekhouder/accountant geadviseerd om belastingtechnische redenen, te weten om de winst van de onderneming te verlagen. De B.V. heeft daarbij uitgelegd dat het voor de man niet uitmaakte dat de vrouw zo’n hoge beloning ontving omdat het per saldo toch onderdeel werd van het gezamenlijke (gezins)inkomen.

Kortom, de rechter, gezien deze overwegingen, komt tot de conclusie dat tussen partijen geen arbeidsovereenkomst heeft bestaan.

Voor de vrouw moet dat een enorme teleurstelling zijn geweest. In tegenstelling tot het warme bad van de – grofweg – € 250.000,= die zij gevorderd had, krijgt zij nu de koude douche dat zij een nota van € 747,= aan proceskosten moet betalen! En dat is het.

Conclusie
Van een arbeidsovereenkomst tussen echtgenoten zal niet snel sprake zijn door het ontbreken van de gezagsverhouding. Dit kan anders zijn bij een groot bedrijf waarvan de ene echtgeno(ot) eigenaar is en de andere daar ook werkt. Op een afdeling met eigen leidinggevende, waarbij de echtgeno(ot)e-eigenaar geen bemoeienis heeft met de dagelijkse werkzaamheden, de beoordelings -en functioneringsgesprekken van de ander, op basis van een schriftelijke arbeidsovereenkomst en met salaris dat ook de andere werknemers in diezelfde functie ontvangen.

Dan valt te verdedigen dat er wél sprake is van een gezagsverhouding. Behalve voor het arbeidsrecht, gaat eenzelfde beoordeling op voor de verzekeringsplicht voor de werknemersverzekeringen. De consequenties van wel of geen gezagsverhouding spelen dus ook daar.

Wilt u meer info neem dan contact op met onze specialisten:

Jeltje van Wijngaarden LLB Juridisch Adviseur

j.v.wijngaarden@fsv.nl

mr. Kees de Kramer Juridisch Adviseur

k.d.kramer@fsv.nl

Share on whatsapp
Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin
Share on email
Share on print
Scroll naar top