Onberispelijke staat van dienst en toch ontslagen | FSV Arbeidsrecht

Onberispelijke staat van dienst en toch ontslagen.

Liegen om vakantie naar code-oranje-gebied kost werknemer zijn baan.

Halsstarrig liegen over een vakantiebestemming in coronatijd en het zich niet houden aan de daarvoor geldende regels, kostte een werknemer zijn baan, zo lezen we in de uitspraak van de Rechtbank Overijssel op 21 december 2020 (ECLI:NL:RBOVE:2020:4497). Een onberispelijke staat van dienst gedurende een langdurig dienstverband moet daarvoor wijken.

Senior complexbeveiliger
In deze zaak was de werknemer, een senior complexbeveiliger, al sinds 16 april 1990 werkzaam bij de Rijksoverheid, te weten bij de Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI). In het functieprofiel van een (inrichtings)beveiliger bij DJI, wordt integriteit als één van de competenties genoemd.

Coronamaatregelen DJJ
DJI heeft de nodige maatregelen genomen om verspreiding van het coronavirus onder haar werknemers en gedetineerden tegen te gaan. In de aanloop naar de zomervakantieperiode heeft DJI haar werknemers via nieuwbrieven informatie vertrekt over zij moeten omgaan met vakanties naar zogenoemde gele, oranje en rode gebieden.

In de nieuwbrief van week 30 stond over het op vakantie gaan naar gebieden met code rood of code oranje dat een werknemer bij terugkomst in Nederland in quarantaine moest en indien hij of zij hierdoor niet tijdig aan het werk kon, deze situatie voor zijn of haar rekening en risico kwam. De werknemer moest dan extra vakantie-uren of onbetaald verlof opnemen.

Werknemer gaat op vakantie naar code oranje-gebied
De werknemer gaat in de periode van 22 juli 2020 tot en met 15 augustus 2020 op vakantie naar Turkije. Voor dat gebied gold op dat moment code oranje.
De dag voor zijn terugkeer laat de werknemer een coronatest doen in Turkije. Deze is negatief.

Langlopende leugens
Via WhatsApp en telefonisch heeft de werknemer op 12 augustus 2020 contact gehad met zijn leidinggevende. Hierbij heeft hij verklaard dat hij op dat moment in München was en dat hij de Griekse eilanden Kreta en Rhodos had bezocht. Voor die gebieden gold op dat moment code geel.

Op 16 augustus 2020 heeft hij zijn vakantie afgesloten en is hij weer aan het werk gegaan bij DJI. In reactie op vragen van [zijn teammanager over of de werknemer tijdens zijn vakantie in gebied met code oranje is geweest, heeft hij ontkennend geantwoord en verklaard dat hij in Griekenland is geweest.

De dag daarop, op 17 augustus 2020, verklaarde een collega van de werknemer dat hij in Turkije op vakantie is geweest. Niet alleen wordt dat ontkend, maar is vervolgens ook door de werknemer per e-mail bevestigd aan het Hoofd Beveiliging. In deze e-mail heeft de werknemer verklaard dat hij tijdens zijn vakantie veertien dagen in Griekenland en zes dagen in Duitsland is geweest.

Nadat op 19 augustus 2020 ook een andere collega had verklaard dat de werknemer in Turkije is geweest, heeft hierop op 20 augustus 2020 opnieuw een gesprek met de werknemer plaatsgevonden. DJI heeft hem gevraagd zijn verklaring dat hij niet in Turkije is geweest te onderbouwen door het versturen van vakantiegegevens.

Op 23 augustus 2020 heeft de werknemer een ondertekend document aan DJI verstrekt met daarin gegevens van een retourvlucht tussen Düsseldorf en Rhodos.
Omdat voornoemd document de nodige twijfels opriep, heeft op 27 augustus 2020 opnieuw een gesprek tussen DJI en de werknemer plaatsgevonden. Hierbij heeft hij nogmaals verklaard dat hij tijdens zijn vakantie alleen in Duitsland en Griekenland is geweest. Van dit gesprek is een verslag gemaakt dat door hem is ondertekend.

In verband met aanhoudende twijfel over de juistheid van het verhaal van de werknemer heeft DJI Bureau Integriteit (BI) ingeschakeld. BI kreeg als opdracht om te onderzoeken in welke landen de werknemer tijdens zijn vakantie van 22 juli 2020 tot en met 15 augustus 2020 is geweest. Hangende het onderzoek is hij geschorst, met doorbetaling van zijn loon.

De werknemer meldt zich daarop ziek. Op 3 september 2020 is hij opgeroepen bij de bedrijfsarts. Ook bij de bedrijfsarts heeft de werknemer verklaard dat hij tijdens zijn vakantie niet in Turkije is geweest.

Al is de leugen nog zo snel…..
De dag na het bezoek bij de bedrijfsarts, op 4 september 2020, heeft de werknemer contact gezocht met zijn leidinggevende en aan hem laten weten dat hij in de zomer wel naar Turkije is geweest. Op 8 september 2020 heeft hij telefonisch contact opgenomen met BI en aan BI verklaard dat hij wel tijdens de vakantie in Turkije is geweest.

De week daarop, op 15 september 2020, is de werknemer gehoord door BI. Tijdens dat gesprek heeft hij verklaard dat hij tijdens de vakantie in Turkije is geweest en dat hij dit voor zijn leidinggevende verzwegen had uit angst dat hij in verband met een verplichte quarantaine over veertien dagen loon zou mislopen. Ook heeft hij toegelicht dat hij de vlieggegevens die hij aan zijn werkgever had overgelegd van internet heeft gehaald en bij het reisbureau heeft laten ondertekenen. Op 23 september 2020 heeft BI haar onderzoeksrapport uitgebracht.

Ontslag volgt
Op 29 september 2020 heeft DJI de onderzoeksresultaten van BI met de werknemer besproken. Tijdens dit gesprek heeft DJI aangegeven dat zij zich zal beraden over vervolgstappen. Vervolgens heeft DJI per brief van 1 oktober 2020 aangekondigd dat zij zich tot de kantonrechter zal wenden om ontbinding van de arbeidsovereenkomst met de werknemer te vragen.

Verweer van de werknemer bij de rechter
Bij de rechter verweert de werknemer zich. Volgens hem is er geen sprake van verwijtbaar handelen, althans niet in zo’n ernstige mate dat van DJI niet kan worden gevergd dat zij het dienstverband laat voortduren. De werknemer verwijst daarvoor onder meer naar de volgende omstandigheden:

  • het langdurige en onberispelijke dienstverband van de werknemer;
  • het gaat om een eenmalig incident, het gedrag is volstrekt a-typisch voor hem;
  • hij handelde onder extreme stress, veroorzaakt door financiële zorgen;
  • hij heeft een covid-test laten afnemen voordat hij na de vakantie weer met zijn werkzaamheden begon;
  • DJI heeft geen schade geleden door zijn handelen;
  • hij heeft zelf het initiatief genomen op zijn leugen op te biechten;
  • de zware (financiële) gevolgen van de ontbinding van de arbeidsovereenkomst voor hem.

Het woord is aan de rechter
De rechter is van oordeel dat de werknemer zich niet als een goed ambtenaar heeft gedragen en in strijd met de geldende gedragscodes gehandeld. Allereerst door herhaaldelijk te liegen over zijn verblijf tijdens zijn vakantie. Hij heeft tot vijf keer toe in strijd met de waarheid verklaard dat hij in de zomer niet naar Turkije is geweest, maar alleen in Duitsland en Griekenland heeft verbleven. Dit heeft hij gedaan ten aanzien van meerdere leidinggevenden en de bedrijfsarts en zelfs schriftelijk bevestigd. Hiermee heeft de werknemer in strijd gehandeld met de Gedragscode Integriteit Rijk en met de in de Gedragscode DJI genoemde kernwaarden.

Ernstig en verwijtbaar handelen
De rechter acht het hiervoor beschreven handelen van de werknemer al met al zo ernstig en verwijtbaar, dat van dat van DJI niet kan worden gevraagd de arbeidsovereenkomst nog langer te laten voortduren.

Daarbij heeft de rechter de bovengenoemde omstandigheden alle in ogenschouw genomen en meegewogen. Met name het langdurige en onberispelijke dienstverband bij DJI en de zware gevolgen van de ontbinding voor de werknemer zijn factoren waaraan de kantonrechter een groot gewicht toekent. Toch wegen de genoemde omstandigheden niet op tegen het ernstige plichtsverzuim waaraan de werknemer zich met het herhaaldelijk liegen over zijn vakantiebestemming en de staving hiervan met een vervalst document schuldig heeft gemaakt, aldus de rechter.

Gevolgen handelingen voorzienbaar, maar toch niet weerhouden
De rechter overweegt voorts dat de gevolgen van zijn handelen voor de werknemer allemaal voorzienbaar waren voordat hij de verweten handelingen pleegde. Toch heeft hem dat er niet van weerhouden. Bovendien heeft de rechter overwogen dat deze gedragingen de kern van integriteit raken die bij zijn functie hoort. Hiermee zijn zijn gedragingen aan te merken als een ernstige misstap. Ook de aangedragen omstandigheid dat zijn handelen plaatsvond onder stress, veroorzaakt door financiële zorgen, maakt dit niet anders. Zelfs als het waar is dat hij handelde vanuit stress en daardoor wellicht anders handelde dan dat hij onder normale omstandigheden zou hebben gedaan, dan nog vormt dit geen verzachtende omstandigheid die maakt dat zijn handelswijze milder moet worden beoordeeld.

De werknemer had beter moeten weten
Van de werknemer wordt als professionele medewerker met ruime ervaring verwacht dat hij ook in situaties van stress andere wegen bewandelt dan het hanteren van leugens en valse documenten, is het oordeel van de rechter.

Gevolgen
De rechter ontbindt de arbeidsovereenkomst tussen de werknemer en DJJ en bepaalt dat aan de werknemer geen transitievergoeding toekomt.

Wilt u meer info neem dan contact op met onze specialisten:

Jeltje van Wijngaarden LLB Juridisch Adviseur

j.v.wijngaarden@fsv.nl

mr. Kees de Kramer Juridisch Adviseur

k.d.kramer@fsv.nl

Share on whatsapp
Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin
Share on email
Share on print
Scroll naar top