dronken op het werk verschijnen

Toch een kater!

De kantonrechter in Maastricht heeft op 2 januari 2017 beslist (ECLI:NL:RBLIM:2017:16) dat een monteur terecht op staande voet was ontslagen omdat hij dronken op het werk was verschenen. De kantonrechter oordeelde dat de monteur daarmee ernstig verwijtbaar handelde. Op een transitievergoeding kon hij dan ook geen aanspraak maken.

Waar ging het hier over?

Werkgever heeft de monteur op 13 juni 2016 op staande voet ontslagen. Als reden daarvoor voert de werkgever aan dat de monteur meerdere malen onder invloed van alcohol op het werk is verschenen. Daarnaast is de werknemer ook nog eens zonder goede reden een dag niet op het werk verschenen.

De monteur is het met het ontslag niet eens.

Hij herkent zich niet in de beschuldigingen van zijn werkgever. Hij betwist ook dat hij dronken op het werk is verschenen. Hij vraagt de kantonrechter dan ook om hem een transitievergoeding toe te kennen. Daar meent hij recht op te hebben, nu als hoofdregel geldt dat iedere werknemer na een dienstverband van twee jaar of langer, bij ontslag aanspraak kan maken op de transitievergoeding.

De werkgever in kwestie stelt dat er geen verplichting is om de transitievergoeding te betalen. Volgens de werkgever geldt hier de uitzondering op de hoofdregel: bij ernstig verwijtbaar handelen door de werknemer is de transitievergoeding niet verschuldigd. En daarvan is hier sprake, aldus de werkgever: er is sprake van ernstig verwijtbaar handelen aangezien de monteur is dronken op het werk is verschenen.

De rechter gaat allereerst na of de monteur echt dronken op de werkvloer is verschenen. Werkgever heeft twee getuigenverklaringen overlegd: een verklaring van de zoon van de directeur en een verklaring van de echtgenote van de directeur. Deze twee getuigen verklaren dat de monteur een alcoholprobleem heeft. Ook heeft de zoon van de directeur op de bewuste dag een sterke alcoholgeur bij de monteur waargenomen.

De kantonrechter overweegt dat de monteur de beschuldigingen onvoldoende heeft weerlegd. De monteur heeft slechts simpelweg ontkend dat hij onder invloed van alcohol op het werk was verschenen. Zo komt de kantonrechter tot het oordeel dat de monteur ernstig verwijtbaar heeft gehandeld en géén aanspraak kan maken op de transitievergoeding. De rechter:

“4.11.
Gelet op het vorenstaande is [verzoeker, tevens verweerder in het (voorwaardelijk) tegenverzoek] er niet in geslaagd om aan te tonen dat hij niet ernstig verwijtbaar heeft gehandeld. Dit betekent dat de transitievergoeding niet verschuldigd is en het verzoek van [verzoeker, tevens verweerder in het (voorwaardelijk) tegenverzoek] dient te worden afgewezen.”

Een opvallende uitspraak omdat het ontslag alleen gebaseerd is op de getuigenverklaringen van de zoon en echtgenote van de directeur. De rechter stapt vervolgens wel heel snel over de ontkenning van het alcoholgebruik door de monteur heen. Echt bewijs, dat de monteur onder de invloed van alcohol verkeerde, blijkt voor een rechtsgeldig ontslag op staande voet niet noodzakelijk. Althans, niet voor deze rechter.

Wilt u meer info neem dan contact op met onze specialisten:

Jeltje van Wijngaarden LLB Juridisch Adviseur

j.v.wijngaarden@fsv.nl

mr. Kees de Kramer Juridisch Adviseur

k.d.kramer@fsv.nl

Share on whatsapp
Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin
Share on email
Share on print