Aansprakelijkheid werkgever | FSV Accountants + Adviseurs

Is de werkgever aansprakelijk voor een mishandelde werknemer?

In de wet (artikel 7:658 Burgerlijk Wetboek) is de zorgplicht van de werkgever vastgelegd. Lid 1 van dit wetsartikel luidt:

“De werkgever is verplicht de lokalen, werktuigen en gereedschappen waarin of waarmee hij de arbeid doet verrichten, op zodanige wijze in te richten en te onderhouden alsmede voor het verrichten van de arbeid zodanige maatregelen te treffen en aanwijzingen te verstrekken als redelijkerwijs nodig is om te voorkomen dat de werknemer in de uitoefening van zijn werkzaamheden schade lijdt.”

Enigszins kort door de bocht geformuleerd, ziet dit wetsartikel dus op de aansprakelijkheid van een werkgever ten opzichte van zijn werknemer voor schade die de werknemer lijdt doordat hij tijdens de werkzaamheden een arbeidsongeval overkomt of een beroepsziekte oploopt doordat de werkgever niet de in redelijkheid te vergen maatregelen heeft genomen om dat ongeval of die ziekte te voorkomen.

Als een werkgever tekortschiet in zijn zorgplicht is hij ten opzichte van de werknemer aansprakelijk voor de geleden schade, tenzij de werkgever aantoont dat hij zijn zorgplicht niet geschonden heeft of de werknemer opzettelijk of bewust roekeloos heeft gehandeld.

Over artikel 7:658 BW wordt met enige regelmaat geprocedeerd, zo ook op 16 januari 2019 voor de Rechtbank te Rotterdam (ECLI:NL:RBROT:2019:114).

Waar ging het in deze zaak over?

De werkneemster is in de periode van 5 oktober 2015 tot 1 juni 2016 in de functie van koerier c.q. afroepbesteller (a-besteller) in dienst geweest van DHL. De werkzaamheden van de werkneemster bestonden onder meer uit het bezorgen en terughalen van DHL-pakketten bij particulieren thuis.

Op 15 december 2015 moest de werkneemster een pakketje bij  X te Rotterdam afleveren. Hierbij is tussen de werkneemster en X, zijnde een klant van DHL, een incident voorgevallen. Als gevolg van het incident heeft de werkneemster letselschade opgelopen. Zij is direct na het incident naar de spoedeisende hulp gegaan.

Uit het proces-verbaal van de politie blijkt dat X als verdachte voor mishandeling is aangehouden. Even daarvoor hadden politiemedewerkers een melding ontvangen dat twee vrouwen aan het vechten waren geweest op de parkeerplaats. Ter plaatse spraken zij met een vrouw, die bleek de werkneemster te zijn. Zij zagen dat zij een bult op haar voorhoofd had en losse plukken haar. Daarnaast gaf  de werkneemster aan gestompt te zijn, tegen een auto gegooid te zijn en een knietje te hebben gekregen.

X is voor dit incident strafrechtelijk vervolgd. Het Openbaar Ministerie heeft de zaak voorwaardelijk geseponeerd met als voorwaarde dat X aan de werkneemster een schadebedrag van € 1.050,07 moest betalen. X heeft dat gedaan.

In deze procedure voor de Rechtbank te Rotterdam heeft de werkneemster zowel X, als ook haar werkgever DHL en de aansprakelijkheidsverzekeraar van DHL gedagvaard en aansprakelijk gesteld voor de door haar als gevolg van het incident geleden schade.

De werkneemster verwijt haar werkgever dat er door DHL uitsluitend tilinstructies zijn gegeven. DHL heeft onvoldoende werkinstructies en cursussen gegeven met het oog op het omgaan met confrontaties c.q. agressie-incidenten van (particuliere) ontvangers van pakketten. DHL heeft in dat kader nagelaten al het nodige te ondernemen om te bewerkstelligen dat een werknemer wordt beschermd in het geval sprake is van een risico-adres (red flag adres). Daarnaast is door DHL geen adequate nazorg verleend, zoals neergelegd in artikel 3 lid 2 van de Arbeidsomstandighedenwet, met als gevolg dat de arbeidsovereenkomst van de werkneemster niet is verlengd vanwege (blijvende) arbeidsongeschiktheid.

Eén van de vragen die de rechter daarbij moet beantwoorden, is of DHL als werkgever van de werkneemster haar zorgplicht zoals neergelegd in art. 7:658 BW heeft geschonden.

DHL betwist allereerst dat artikel 7:658 BW in deze situatie van toepassing is nu het incident niet heeft plaatsgevonden tijdens de uitoefening van de werkzaamheden. De plek waar het incident heeft plaatsgevonden is op openbaar terrein en DHL had als werkgever op deze locatie geen enkele zeggenschap.

De locatie van het incident valt volgens DHL dus niet onder ‘lokalen werktuigen en gereedschappen waarin of waarmee de arbeid wordt verricht’ (art 7:658 lid 1 BW).

De rechtbank passeert dit verweer. Om de grens van de zorgplicht van de werkgever af te bakenen dient acht te worden geslagen op de mate waarin het ongeval het gevolg is van de aard en inhoud van de werkzaamheden en de omstandigheden waaronder die werkzaamheden dienen te worden verricht. Daarbij verwijst de rechtbank ter onderbouwing naar het arrest van de Hoge Raad van 11 november 2011 (ECLI:NL:HR:2011:BR5215).

Het bezorgen van pakketten brengt met zich mee dat de bezorger, zoals de werkneemster, veel onderweg is. Inherent aan deze werkzaamheden is dan ook dat de bezorger niet één vaste werklocatie heeft, maar verschillende locaties aandoet om het werk te kunnen verrichten. Het begrip werkplek zoals gedefinieerd in artikel 7:658 BW dient dan ook ruim te worden geïnterpreteerd.

Artikel 7:658 BW is hier dan ook van toepassing, aldus de rechtbank.

De rechtbank is daarnaast van oordeel dat de werkneemster heeft voldaan aan de op haar rustende stelplicht ingevolge artikel 7:658 BW. De werkneemster hoefde daarbij niet de juiste, exacte toedracht van het incident te stellen. Op grond van de beschikbare medische stukken en het verhandelde ter zitting is namelijk voldoende komen vast te staan dat zij tijdens het verrichten van haar werkzaamheden op 15 december 2015 in ieder geval in enige mate schade heeft geleden.

Vervolgens is dan ook de vraag aan de orde of DHL aan haar zorgverplichting, om deze schade te voorkomen, heeft voldaan. Voor de beantwoording van deze vraag heeft de rechtbank meer informatie nodig. Meer specifiek dient DHL de navolgende informatie/stukken (voorzien van een toelichting) in het geding te brengen:

  1. de risico inventarisatie en -evaluatie (RI&E);
  2. de stukken die betrekking hebben op het verstrekken van instructies omtrent klantvriendelijkheid aan haar werknemers;
  3. alle andere relevante stukken die betrekking hebben op het creëren van een veilige werkomgeving voor haar werknemers.

Nadat DHL de hierboven genoemde stukken/informatie (met toelichting) bij akte in het geding heeft gebracht,  zal de rechtbank de gevolgtrekkingen maken die zij geraden acht.

Wordt dus vervolgd. Wel blijkt uit deze procedure (nog maar weer eens) dat artikel 7: 658 BW ruim moet worden uitgelegd waardoor een werkgever vrij snel aansprakelijk kan worden gesteld.

Wilt u meer info neem dan contact op met onze specialisten:

Jeltje van Wijngaarden LLB Juridisch Adviseur

j.v.wijngaarden@fsv.nl

mr. Kees de Kramer Juridisch Adviseur

k.d.kramer@fsv.nl

Share on whatsapp
Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin
Share on email
Share on print